Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • January24th

    Shonda!

    Posted in: LIFE

    29 maart 2005 was een gelukkige dag. Karen was naar de stad gereden en we gingen uit lunchen. De regen kwam met bakken uit de hemel, maar wij reden opgewekt door de West Village, Soho en Tribecca, hardop bedenkend waar we heen zouden. Tartine was niet bijzonder genoeg. Florent veel te trendy. Balthazar zat boven ons budget. En in Bubby’s stond de airconditioning meestal te hoog. “Bovendien raak ik hier nergens mijn auto kwijt,” stelde Karen bijna onhoorbaar onder het geroffel van de regen op het autodak. We reden verder door de East Village. Op Second Avenue wist ik het. “Matzo ball soup and potato kniches! We gaan naar de Second Avenue Deli.”

    29 maart 2005 was een gelukkige dag, om minstens vijf redenen:

    Een. We hadden na een kwartier rondjes rijden rond de deli een bewaakte parkeerplek afgewimpeld omdat het joch 23 dollar wilde voor twee uur parkeren, om vervolgens pal voor de Second Avenue Deli een open plek te vinden, voor een kwartje per 20 minuten.

    Twee. Karen vertelde me, terwijl ze soepel achteruit inparkeerde, dat ze haar ontslag had genomen bij de uitgeverij in Boston; dat ze dezelfde dag haar veel te bedachtzame vriend had gedumpt; en dat ze uiteindelijk ook maar had besloten om voorgoed terug te komen naar New York.

    Drie. Tijdens het uitstappen hoorde ik temidden van het regengekletter een vaag geklingel. Ik had het gelaten voor wat het was en pas een uur later, bij het instappen, viel mijn oog toevallig op iets blinkends in de goot. Het waren mijn huissleutels. Mijn enige set.

    Vier. Eenmaal binnen in de Second Avenue Deli besloot ik de matzo ball soep en de potato knishes voor deze keer te laten varen. In plaats daarvan nam ik iets wat ik nooit eerder had besteld: stuffed cabbage. Zoet en zuur, en gevuld met mals rundergehakt en rijst was het zonder enig overdrijven het lekkerste maal dat ik in jaren had verorberd.

    Vijf. De stokoude, waggelende serveerster op gympen, met de gitzwarte pruik en de eyeliner van wijlen de Zangeres zonder Naam, die ik altijd al door de Deli had zien rondschuifelen, was eindelijk ook degene die ons bediende. Van dichtbij was ze adembenemend. Terwijl ze de kippenbouillon over Karens matzo ball heen goot sprak ze haar beroemde oneliner: “You be the richer, I’ll be the pourer.” Ze grinnikte er zachtjes bij.

    Dat zinnetje had ze iedere dag dat ze bij de Second Avenue Deli werkte uitgesproken: bij iedere kom kippenbouillon die ze over elke matzo ball heen had gegoten.

    Al 19 jaar lang, zo lees ik in de krant. Onmiddellijk grijp ik de telefoon. Karen neemt slaapdronken op. Als ik haar het nieuws voorlees is ze in een keer klaarwakker. “It’s a shonda!” roept ze uit.

    Nee, vandaag is geen gelukkige dag. In ieder geval niet voor het personeel van de Second Avenue Deli. Vlak voor het nieuwe jaar heeft eigenaar Jack Lebewohl zijn personeel laten weten dat de deli na 1 januari tijdelijk dicht gaat voor renovatie. In werkelijkheid ligt hij overhoop met zijn huurbaas. En nu hij besloten heeft om de zaak elders te heropenen, geeft hem dat meteen de mogelijkheid om zijn bij de vakbond aangesloten werknemers alsnog legaal te dumpen.

    Op de krantenfoto kijkt de serveerster me zorgelijk aan. “I got my boxing gloves ready,” quote ik haar. “You go girl!” antwoordt Karen strijdbaar aan de andere kant van de lijn. Starend naar het treurige, bleke bekkie op de foto proef ik in een vlaag weer die onovertroffen stuffed cabbage. Mijn adem stokt. “Hoe is het mogelijk…”

    Dan hervind ik mijn kracht. Voor Lebewohl geen joodse Zangeres zonder Naam, dan voor mij geen stuffed cabbage. “Dit vraagt om een radicale boycot,” stel ik ferm. Even blijft het stil aan de andere kant. Dan zucht Karen moedeloos. “Ouch!… Now that’s a tough one, baby…”