Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • October24th

    Rabbie

    Posted in: LIFE

    Terwijl ze me met haar donkere knikkerogen aanstaart, beweegt haar neusje schichtig op en neer. Ze is het enige levende wezen in de galerie dat niet verveeld aan een glaasje champagne nipt. Ze is een konijn en ze maakt deel uit van een installatie over droom en werkelijkheid. En Irak, geloof ik.

    De kunstenares komt naast me staan. Ze tilt het konijn uit de met granaten en mitrailleurs omringde kooi en houdt het beest tegen haar borst. Rabbie,” wanhoopt ze, “What will I do with you when this show is over?

    Ik bedenk me dat ik het fenomeen kinderboerderij hier nog nooit ben tegengekomen.

    Terwijl ze met haar kin zachtjes over Rabbie’s kopje wrijft kijkt ze me peilend aan. “Ben jij ook zo dol op konijnen?”

    Ik schudt beslist mijn hoofd. “Mijn zusje had als klein meisje een konijn op haar kamer.”

    How cute!

    “Flappie poepte d’r hele kamer onder. Overal van die ronde keuteltjes. En het beest knaagde alles stuk. Ook de kabels van haar speakerset. Dus kwam ze haar langspeelplaten van Albert West toen maar bij mij op de kamer draaien.”

    De kunstenares kijkt me vlak aan. Flappie en Albert West zeggen haar natuurlijk niets.

    “Uiteindelijk heeft het beest zich verkeken in een elektriciteitskabel.”

    “Hm,” bromt ze afkeurend. Ze lijkt niet te merken dat Rabbie haar kanten bloesje uitprobeert.

    “In Nederland is konijn een bestseller rond kerstmis. Zelf heb ik ooit met kerst een kies gebroken op een loden kogeltje. Dat konijn was bepaald geen feestmaal.”

    Nu heeft ze het gehad met mij. “Okay, okay, enough already!” Ruw plant ze Rabbie weer tussen het oorlogstuig. Ze schenkt me nog een vileine blik en draait zich dan beslist van me af. Sick bastard,” hoor ik haar nog zeggen.

  • October17th

    Zakje

    Posted in: LIFE

    Herinner je je dat zakje nog uit American Beauty? Die scène waarin een jongen en een meisje minuten lang naar een homevideo staren waarop een plastic zakje rond dwarrelt in de wind? Ondersteund door een dromerige soundtrack kreeg dat zakje een enorme lading.

    Cut to reality.

    Ik woon (zeker voor Newyorkse begrippen) in een heel fijn appartementje. Met een (zeker voor Newyorkse begrippen) heel fraai uitzicht dat vriendelijk onderbroken wordt door een oude, hoge boom. Aan een van de boomtakken, zo’n meter of drie voor mijn raam, zit sinds februari een plastic zakje vast.

    Al négen maanden.

    Het is zo’n dun, miezerig plastic zakje, waar iedere winkelketen van betekenis zijn neus voor ophaalt, maar dat bij menig kleine winkelier in New York grif aftrek vindt. Het soort waar net een pak wc-papier in past. Of een krant. Of een beker Ben & Jerry’s. Of een pak melk – maar vanwege de kans op doorscheuren krijg je dan al snel een double bag. Als je jezelf niet aanleert om die tasjes thuis meteen weg te gooien, puilen je keukenkasten binnen de kortste keren uit van het plastic.

    Toen ik het plastic zakje voor het eerst zag hangen zat een van de hengsels om een takje gekruld. Arm zakje, dacht ik nog, terwijl de winterwind het woest deed klepperen. Ik moest zelfs even denken aan die pseudo-filosofische scène uit American Beauty.

    Een maand later was er een diepe scheur in het zakje geblazen. En de glans was eraf. Maar nog een paar weken later constateerde ik met verbazing dat het nu met beide hengsels aan de tak zat vastgeknoopt.

    Toen werd het lente. Er verschenen bladeren aan de boom. Ik hoopte stilletjes dat de bladeren het zakje zouden verstoten. Wat niet gebeurde, helaas. Maar de bladeren verdoezelden het zakje in ieder geval. Soms zag ik het nog wel, vrolijk wapperend in de wind. Dan bleef ik er naar staren, terwijl het vrolijk pirouettes draaide tussen het groen. Alsof het wilde zeggen: “Hallo, buurman. Ben ik geen beauty?”

    Het zakje overleefde zomerse stortbuien en de eerste najaarsstorm. Maar toen het een paar nachten terug ongelooflijk waaide, hoorde ik het zakje vanuit mijn bed klepperen als nooit tevoren. Tevreden viel ik in slaap.

    Om vier uur ’s nachts werd ik met een schok wakker. Buiten klonk een enorm kabaal. De tijdelijke gevelafdekking van het gebouw aan het eind van de straat was los gewaaid en ratelde luid in de wind. Opgelucht ging ik weer liggen. Zelfs een tas van Albert Heijn zou dit noodweer niet overleven.

    Dacht ik nog.

    Nu is de herfst aangebroken. Het najaar is prachtig in New York. Helder en fris. De bladeren vallen van de bomen. Ook van de boom voor mijn raam.

    Maar niet het plastic zakje. Bijna doormidden gescheurd, grauw en rafelig, houdt het zich dapper vast. En net als ik er vanuit mijn ooghoeken naar gluur lijkt het extra opgewekt rond te dwarrelen. Alsof het vrolijk naar me zwaait.

    “Hallooo! Dag buurman!… Joehoe!….”

  • October10th

    Unscripted

    Posted in: LIFE

    De showkoningin staat drie avonden achtereen in een uitverkocht Madison Square Garden. In glitterjurk, aanbeden door zeeën fans die veelal honderden dollars per kaartje hebben neergeteld. Veel dames in fonkelende doorkijkbloezen en veel – heel veel homo’s.

    In de lucht hangen gigantische schermen die close-ups bieden van het minuscule figuurtje op het podium. Om dat podium heen staan ook weer tv-schermen opgesteld, gericht op de diva zelf. Over de schermen rolt tekst. Haar tekst.

    Na een paar nummers legt ze het omstandig uit: ooit trad ze voor 150.000 mensen op in Central Park. Van de zenuwen vergat ze toen de tekst van drie nummers. Jarenlang durfde ze niet meer life op te treden. Tot de telepromt werd uitgevonden. Terwijl Madison Suare Garden schatert en klapt richt ze haar blik fier omhoog. Naar een enorm scherm hoog in de lucht, waar het telepromptverhaal, net als op de andere schermen om haar heen, in perfecte timing voorbij glijdt.

    Dan zingt ze weer. Woord voor woord kan ik het meezingen. Dankzij de teleprompt. Binnen de kortste keren ben ik een volleerde karaokester. Haar special guests vallen haar bij: Il Divo, of zoals Stephen Holden ze vandaag in de New York Times kernachtig omschrijft: singing mannequins. Het wordt nu echt Las Vegas in New York. Iedere diva en divo heeft een eigen kleurtje op de teleprompt. Tussen de ballads door babbelen ze honderduit met elkaar. Spontaan en van de hak op de tak. Tot op de komma uitgeschreven.

    Ergens rechtsboven zit een republikein zich ontzettend op te winden over haar liberale grappen. En als de diva de draak steekt met een tot George Bush omgebouwde acteur begint de man luidruchtig te protesteren. In de close-up op het grote scherm zie ik hoe de diva zich verbijt. Tot ze het niet meer houdt. Ze draait zich naar de man en snauwt met luide stem: “Oh, shut the fuck up!

    Eindelijk is ze even echt. En god, wat is dat lelijk.

    Een moment nog houdt iedereen in het stadion zijn adem in. Dan breekt er geschater uit, en een daverend applaus volgt.

    Barb zingt nog een ballad en komt weer tot bedaren. Ze biedt haar verontschuldigingen aan. “Really, I shouldn’t have said that. I’m sorry.” Wazig staart ze de hemel in. Naar haar tekst. Waarvan ze niet meer afwijkt.