Terwijl ze me met haar donkere knikkerogen aanstaart, beweegt haar neusje schichtig op en neer. Ze is het enige levende wezen in de galerie dat niet verveeld aan een glaasje champagne nipt. Ze is een konijn en ze maakt deel uit van een installatie over droom en werkelijkheid. En Irak, geloof ik.
De kunstenares komt naast me staan. Ze tilt het konijn uit de met granaten en mitrailleurs omringde kooi en houdt het beest tegen haar borst. “Rabbie,” wanhoopt ze, “What will I do with you when this show is over?”
Ik bedenk me dat ik het fenomeen kinderboerderij hier nog nooit ben tegengekomen.
Terwijl ze met haar kin zachtjes over Rabbie’s kopje wrijft kijkt ze me peilend aan. “Ben jij ook zo dol op konijnen?”
Ik schudt beslist mijn hoofd. “Mijn zusje had als klein meisje een konijn op haar kamer.”
“How cute!”
“Flappie poepte d’r hele kamer onder. Overal van die ronde keuteltjes. En het beest knaagde alles stuk. Ook de kabels van haar speakerset. Dus kwam ze haar langspeelplaten van Albert West toen maar bij mij op de kamer draaien.”
De kunstenares kijkt me vlak aan. Flappie en Albert West zeggen haar natuurlijk niets.
“Uiteindelijk heeft het beest zich verkeken in een elektriciteitskabel.”
“Hm,” bromt ze afkeurend. Ze lijkt niet te merken dat Rabbie haar kanten bloesje uitprobeert.
“In Nederland is konijn een bestseller rond kerstmis. Zelf heb ik ooit met kerst een kies gebroken op een loden kogeltje. Dat konijn was bepaald geen feestmaal.”
Nu heeft ze het gehad met mij. “Okay, okay, enough already!” Ruw plant ze Rabbie weer tussen het oorlogstuig. Ze schenkt me nog een vileine blik en draait zich dan beslist van me af. “Sick bastard,” hoor ik haar nog zeggen.





NY Restaurants Guide