Een van de wielen van haar rollator is eraf gevallen. Het rubberen ding ligt glimmend van de regen op de stoep en ze wijst ernaar met een gezicht waar zoveel treurigheid uit spreekt dat mijn adem ervan stokt. “Please sir, can you help me?” vraagt ze, sprekend met een zwaar Spaans accent. Ze zal een jaar of zeventig zijn. “Off course.” Ik hurk neer bij haar rollator en zet het wieltje weer op de as. Maar de moer die het wiel op zijn plek moet houden ontbreekt. Ik zie de magere oudedamesbenen onder de donkere rok, vlakbij. Ze trillen, van de kou of van de vermoeidheid. “It’s not working,” zeg ik en kijk naar haar op. De regen slaat in haar fijne, gerimpelde gezichtje. “Okay sir, thank you very much.” Ze wil alweer verder schuifelen als ik haar uitleg dat ze zo niet ver zal komen. Ik bied haar aan om binnen een moer op de as te zetten. Terwijl de wind door haar natte grijze haren waait kijkt ze me onderzoekend aan. Dan knikt ze berustend. “Please,” fluistert ze.
Haar rollator met boodschappen achter me aanslepend schuifel ik met de oude dame aan mijn arm het pakhuis binnen. Dan knijpen haar vingers verschrikt in mijn arm. Een van mijn buren komt met zijn hond de trap afgelopen: zijn ongewassen hoofd glimt van de piercings; de tatoeages lopen door tot onder zijn kin; zijn aangelijnde pitbull komt uitgelaten blaffend op ons af. Net als het jonge dier tegen me op wil springen geeft zijn baas een ruk aan de riem. “Stop that, damn it!” “Thanks,” zeg ik, maar mijn buurman negeert me en stapt met zijn hond naar buiten. Het knijpen in mijn arm wordt minder. “Is he all right?” vraagt ze. Ik haal mijn schouders op. “He’s a DJ.” Ze kijkt me niet begrijpend aan. “He’s an artist,” leg ik uit. “This house is full of artists like him.”
De trap is geen optie dus loods ik haar naar de freight elevator. De liftkooi staat vol troep: de laatste, niet meegenomen eigendommen van een bewoonster die er twee weken geleden, na een maandenlange huurachterstand, is uitgezet. Maar er is nog meer dan genoeg ruimte voor de dame, haar rollator en mijzelf. Terwijl we de goederenlift instappen kijkt ze schichtig om zich heen. “Is this your room?” vraagt ze met een angstig dun stemmetje. Geruststellend leg ik haar uit dat dit de lift is die ons naar mijn verdieping gaat brengen. Ik spring omhoog en grijp de lus vast waarmee de horizontale liftdeuren dicht worden getrokken. Als ik de liftmotor aanzet grijpen de magere dameshandjes zich vast aan de wankele rollator. “Ah, mi Dios,” klinkt het ongelovig, “We are moving…”
Mijn ruimte binnenlopend kijkt ze verwonderd om zich heen. “Very nice,” zegt ze uit beleefdheid. “Very, very nice.” Ik help haar in een veel te lage stoel en vraag of ze iets wil drinken. “No, no, thank you, sir.” Dan klinkt vanuit de loft naast mij het luide gekreun van mijn buurvrouw. Met pauzes van tien minuten kreunt ze al een hele ochtend, steeds weer hartstochtelijk smekend om meer. Ik loop naar mijn stereo, maar net als ik die aan wil zetten voor wat maskerend geluid, begint mijn buurman aan de andere kant een jam-sessie op zijn basgitaar. We zijn gered.
Ik haal de plastic gereedschapsdoos te voorschijn die ik een halfjaar geleden bij K-Mart heb aangeschaft. Het gereedschap dat ik sindsdien bij elkaar verzameld heb stelt nog niet zoveel voor, maar de enige moer die ik kan vinden blijkt perfect te passen op de as van de rollator. De oude vrouw slaat me met een bezorgde frons gade terwijl ik de moer met een waterpomptang aandraai.“I think it’s fixed,” stel ik opgewekt. Op haar gezicht verschijnt een verwonderde glimlach. “Gracias, sir. Gracias!”
In de goederenlift naar beneden klampt ze zich vast aan haar weer stabiele rollator. Ze kijkt me tevreden aan. “This is a good home,” zegt ze. Ik stop de liftmotor en duw de deuren uit elkaar. “I’m not so sure about that,” zeg ik. “Anyway, I’m moving out next month.” Ik begeleid haar door de hal. “Good,” fluistert ze, “Good.” Ze maneuvreert haar rollator naar buiten en schuifelt vastberaden over de stoep weg. Het is opgehouden met regenen. “Now take care,” roep ik haar na. Op haar versleten schoenen stapt ze schuifelend voort. Tot ze een paar huizen verderop pauzeert en zich voorzichtig omdraait. Het duurt even voor ze me weer vindt bij de voordeur. Ze glimlacht en zwaait naar me, terwijl de wind gemeen in haar gezicht waait. “Good,” roept ze, “Very, very good!”


NY Restaurants Guide