Nieuw Amsterdammer

March12th

Geen Reacties

Een paar keer per jaar bezoek ik mijn moeder in Zeeuws-Vlaanderen. Ze woont in een dorp waar alle winkels zijn verdwenen. ’s Avonds zakken voor de meeste ramen de metalen rolluiken omlaag en schiet bij iedere beweging op straat wel ergens een beveiligingslicht aan. Aan het einde van mijn moeders straat begint België (het zijn bijna buren, maar het blijven buitenlanders). Een kwartiertje noordwaarts snijdt het grauwe water van de Westerschelde het contact af met de rest van Nederland. Tussen die rivier en België in liggen de akkerlanden en gehuchten van mijn jeugd. Plompverloren en wereldvreemd. Ik heb het sinds ik op mijn zeventiende weg ging nooit gemist.

De week voor mijn vertrek naar New York was ik in Zuid-Beveland, aan de overkant van de rivier. Terwijl we filmden aan het schor zag ik aan de overkant Zeeuws-Vlaanderen liggen. Vrachtschepen passeerden tussendoor. Als kind heb ik die gevaartes vaak voorbij zien trekken, vanaf de overkant, op de zwartstenen dijk van Terneuzen. Toch kan ik me niet herinneren dat ik eerder met zo’n verwondering naar die zwaar beladen, torenhoge tankers heb staan kijken, zacht brommend terwijl ze voorbij gleden, moeiteloos de bocht om richting Antwerpen, of terug richting de Noordzee.

Vanaf de dijk werd ik zelf stoïcijns gadegeslagen door een kudde schapen. Sneeuw waaide neer over de oever waar kwetterende wintervogels rondscharrelden. Het was ijskoud. We filmden rond gehuchten als Ellewoutsdijk, ’s Heer Abtskerke en Kwadendamme. Plaatsnamen die ik vroeger tegenkwam in de provinciale krant, maar waar ik nooit eerder voet aan grond zette. We slingerden langs dijken, doorkruisden steeds zwaarder besneeuwde akkers, passeerden lange rijen windturbines, cirkelden over verlaten dorpspleinen.

We sliepen in een boeren hoeve, tussen een meertje en een boomgaard. Mijn slaapkamer was zo warm gestookt dat ik ’s ochtens vroeg uit het raam moest hangen om in de vrieskou bij te komen. De ochtendzon scheen, de maan stond er nog steeds en twee schapen hobbelden verderop door het besneeuwde veld. Het was een landschap als in een smaakvol bedoelde kalender die je beslist niet in huis zou willen hebben. Het was prachtig.

Ik moest denken aan dat liedje uit mijn jeugd, Zomer in Zeeland. ‘Ochtend in Zeeland, de zon van de zeekant, ontvouwt een dag van lokend leven.’ Een duetje vol zoete weemoed, dat me nooit veel heeft gezegd. Het bleef de hele dag door mijn hoofd zingen.

——————————————–‘Aan de Westerschelde’ is een korte film van Anne Van de putte, geproduceerd door SNG Film.

Zegt het voort:
  • Print
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Yahoo! Buzz
  • Digg
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • Tumblr
  • StumbleUpon
  • Propeller

Geen Reacties

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

RSS