
“Heeft u gisterenavond ook gekeken?” vraagt de man met een zwaar Mediterraan accent.
Hij wenkt richting de voorpagina van de krant die ik vasthoud. Hij bedoelt Bush’s State of Union, zeg maar Amerika’s Prinsjesdag. Ik knik en neem nog een biologisch worteltje.
“Ik haat die man,” zegt de Mediterraan. “Zelfs gisterenavond, toen hij zich voor zijn doen heel erg inhield.” Ik knik en neem er nog een. Knabbelend staar ik naar mijn krant.
Hij draait wat onwennig op het houten bankje naast me. “Wist u dat?” vraagt hij, “Van die man die voor de trein sprong?”
Enigzins overvallen door de vraag staar ik voor me, naar de metrorails, anderhalve meter verderop. Dan valt bij mij het kwartje. The State of the Union eindigt traditiegetrouw met het in het zonnetje zetten van een stel American Heroes. Gisterenavond was dat onder anderen een man die een paar weken geleden met zijn twee kleine kinderen op de metro stond te wachten toen iemand een epileptische aanval kreeg en van het perron viel. De vader sprong resoluut achter de spartelende man aan, overmeesterde hem tussen de rails en hield hem stil terwijl de trein rakelings over hen heen denderde.
“Die vader die zijn twee kleine dochtertjes op het perron achterliet om een wildvreemde het leven te redden was zwart, en die epileptische jongeman was wit. And it happened in Harlem,” zegt de Mediterraan. “Dat was een mooi verhaal. Een mooi New Yorks verhaal. En daar maakt onze president dan weer de sier mee. I hate him.”
Ik knik en stop nog een wortel in mijn mond.
“I swear, I have never seen anyone eat so many carrots on a subway platform!” zegt mijn buurman nog even boos.
“Ze zijn lekker,” zeg ik en ik houd hem het zakje voor.
Hij twijfelt, maar neemt er dan toch eentje. “Ik had een pizzeria in de East Village,” zegt hij. “Maar nu ben ik failliet.” Hij zucht diep. Met lange tanden werkt hij de wortel weg. “It’s hard, you know. This country is so fucking competitive.”
Ik bied hem nog een worteltje aan maar hij trekt een vies gezicht. “Where are you from, eating all those carrots?” vraagt hij quasi kwaad.
“Uit Nederland”, zeg ik.
Er verschijnt een grote grijns op zijn gezicht. Hij spreidt zijn armen. “Als-tu-blieft-dank-u-wel!” zegt hij, “Yeah, I speak some Dutch! I am from Turkey myself, you know, and my sister lives in Utrecht! Though everyone thinks I’m Italian. Haha! But I’m a Turk!” Hij staart naar mijn krant en de trotse grijns verdwijnt weer. “That man is trouble, my friend. Our president is trouble…”

NY Restaurants Guide