
Ik ben lange tijd verslaafd geweest aan playbacken. Met een koptelefoon op mijn hoofd, de stereo op 10 en de deur voor de zekerheid op slot gedraaid.
Ik beleefde van alles, daar in mijn slaapkamer, optredend in het schijnsel van mijn bureaulamp. Ik stond iedere maand wel een paar keer in Toppop en ik won talloze Eurovisie Songfestivals. Soms vijftien keer achtereen Nobody Does it Better van Carly Simon vertolkend, onderwijl mijn eigen hopeloze verliefdheid wegjankend, van begin tot eind lip-sync. Of vrolijk rondhupsend op The Trojan Horse van Luv, altijd de juiste televisiecamera’s vindend tussen het uitzinnige publiek. En dan als toegift Dan Hartman’s Relight My Fire.
Het was geen kwestie van puberaal tijdverdrijf. Het was een fix, een emotionele uitlaadklep. Ik stortte me met hart en ziel in ieder lied, mezelf overgevend aan liefdesverdriet en levensgeluk dat alleen bestond binnen de bruin en paars geschilderde muren van mijn kamer. Een uurtje Olivia Newton John, Boney M. en Gladys Knight and the Pips en ik kon de wereld weer aan.
Op mijn zeventiende ging ik het huis uit. Ik hing een paar jaar rond in bars en disco’s en vond er alle liefde, alle smart en alle vernedering die ik jarenlang had bezongen. Nou ja, geplaybackt.
Toen ik op mijn vijfentwintigste eens een weeklang met griep in bed lag en de grauwheid opnieuw toesloeg, haalde ik een kartonnen wc-rolletje uit de afvalbak, zette de koptelefoon op mijn hoofd en speelde Borderline van Madonna. Binnen een paar seconden zat ik er weer helemaal in. Met het wc-rolletje als draadloze microfoon in de hand bewoog ik als een professional door het enorme decor, dweepte met de gillende menigte en zong glashelder: ‘You just keep on pushing my love over the borderline…” En net toen ik op de cue van de regisseur van camera wisselde en mijn extatische blik naar rechts wendde stond daar mijn verbijsterde huisgenoot met een kom kippenbouillon in de deuropening.
Ik heb daarna nooit meer geplaybackt.

NY Restaurants Guide