Zondagochtend, half elf. De tijd dat het hier normaliter langzaamaan volloopt met bejaarde vriendinnen in bontjassen en year long zonnebrillen; gescheiden vaders met de kinderen voor het weekend over; homostellen met hun welwillende moeders; onhandige koppels op hun eerste date. Waarop het brunchgeweld zo rond het middaguur echt losbarst. Vaste klanten die denken dat ze alles kunnen maken en zweterige serveersters die oogrollend bij ze vandaan rennen; peuters die vanuit hun kinderstoelen jan en alleman bekogelen met wascokrijtjes; singles die dekking zoeken achter meegebrachte kranten en New Yorker magazines. En in ijltempo voorbijschietende borden challah french toast met maple sirup, huevos rancheros, eggs Benedict en eggs Florentine.
Vandaag ben ik de enige. Samen met Lauren, de eigenaresse. De muffins zitten nog per stuk in cellofaan verpakt. De eerste pot filterkoffie loopt nog langzaam door. Mijn tafeltje ruikt naar Windex.
Lauren blaast haar lok uit haar ogen terwijl ze verbeten naar buiten staart. Broadway is bedekt in een dikke laag sneeuw. Er lopen nauwelijks mensen op straat.
Ze houdt de bakelieten telefoonhoorn ietsje van haar oor. Ze fronst haar wenkbrauwen nog dieper. “Meredith? Where the fuck are you, woman?” Betrapt blikt ze mijn kant op. Ze legt haar hand op de hoorn. “I apologize, sir. En uw koffie komt er zo aan, hoor.”
Ze draait zich af en frutselt wat aan haar behabandjes. Ze fluistert in de hoorn: “Natuurlijk weet ik dat het sneeuwt, ik kom toch zelf ook net uit de Bronx!” Het volume gaat alweer omhoog: “Hoe bedoel je, dat je onmogelijk kan komen!? … Dan laat je die ingesneeuwde auto fijn in de straat staan en kom je met de subway! … Natuurlijk rijden de treinen! De metrotreinen rijden wel, schat! Ze gaan verdomme ondergronds, you moron!”
Ze blikt schichtig over haar schouder. “Excuse my French, sir. Maar drie hebben er al afgebeld. Eentje is spontaan ziek. Sure! Eentje claimt dat haar voordeur is ingesneeuwd. Hel-lo! En deze hier beweert dat alle metrotreinen vaststaan. One moment-”
Ze duikt met de telefoon tussen het brandblusapparaat en het schap met ketchupflessen, fel sissend in de hoorn: “Honey, het zal me een worst zijn of je wel of geen snow boots in huis hebt. De sneeuw is nog geen twee voeten hoog. Pak verdomme je schort en kom deze kant op, you unreliable bitch!… Hello? … Meredith?… Hell- …”
Ze gooit de hoorn erop en slaakt een diepe zucht. Ik zie een huivering door haar rug schieten.
Dan grijpt ze de volgelopen pot koffie en stapt in drie grote passen op me af. Ze draait de omgekeerde mok op mijn tafeltje om. “Here’s your cup-o-java, sweetie. Ik neem je bestelling zo op. Eerst moet ik buiten even zout gaan strooien. Before those bloody neighbors sue my ass.”
Ze zet de koffiepot terug en pakt een sneeuwschuiver en een zak met strooizout. “Bastards,” mompelt ze, de zaak uitbenend. “Hypocrites… All of them!”






NY Restaurants Guide