
“Hij is de allerliefste. Hij is mijn kleine man. Hè, stinkie van me? Kleine eigenwijs.”
Terwijl ze haar gezicht even in zijn grijze wintervacht duwt begint de kat voldaan te spinnen.
“Het vrouwke zorgt goed voor jou, hè? Ja, het vrouwke is helemaal gek van jou. Jij en ik samen, lieve schat. Wij hebben het prima voor mekaar.”
Haar waterige ogen kijken naar me op. “Echt, na deze neem ik nooit meer iets,” zegt ze beslist. “Zijn broertje ligt al onder die boom daar. En daarnaast is nog een mooi plekje voor hem gereserveerd. En dan hou ik ermee op. Dan is het gedaan. Ik heb er alleen maar zorgen van.”
De kat strekt zich tevreden uit, stapt over de bank, maakt een sprong en trippelt richting de tuindeur.
“Wil jij er uit, lieve schat? Wil jij niet door je eigen luikje? Moet vrouwke voor jou de deur open doen? Nou vooruit dan, kleine man van mij. Maar wel lief zijn voor de vogels, hè? En niks mee naar binnen brengen.”
Ze opent de tuindeur en even twijfelt de kat. Hij zet een voet buiten de deur, maar haalt die dan weer binnen.
“Of blijf je toch liever bij het vrouwke? Wat ga je doen, schat? Zeg, wel even beslissen nu, want ik stook niet voor de mussen.”
De kat verdwijnt met een sprongetje naar buiten. “Dag poepie,” zegt mijn moeder en ze doet de deur weer dicht. Met haar magere hand vastgeklampt om de deurknop kijkt ze de kat na. “Hij is de allerliefste. Hij is mijn kleine man. Maar na deze neem ik niks meer. Daar naast zijn broertje is nog een mooi plekje over. En dan is het gedaan.” Zachtjes haar hoofd schuddend staart ze de kale tuin in. “Ja jongen, je hebt er alleen maar zorgen van.”

NY Restaurants Guide