
Lang, lang geleden werkte ik in een bruin café aan een Amsterdamse gracht.
Ik maakte er ontelbare cappuccino’s en werd al doende een expert. (In de huidige contreien en in de tegenwoordige tijd wordt zo’n meester-koffiezetter heel modisch een barista genoemd).
De schoonmaker van de bruine kroeg heette ome Louis. Hij was klein en mager en hij rook naar Old Spice. Tegen de tijd dat ik binnenkwam en de zaak opende, had ome Louis er al uren van vegen en schrobben opzitten. Dan ging er nog wat extra Old Spice overheen en werden de tanden weer in de mond gestopt. Vervolgens nam hij plaats aan tafel 1 en zei: ‘Één kappoesjieno, alstublieft!’
Ik maakte prachtige cappuccino’s. Maar zo’n paar dagen per jaar ging het helemaal mis. Dan wilde het niet schuimen. Hoe vers ook de melk, hoe heet ook de stoom, hoezeer ik ook experimenteerde met de hoek van de melkbeker: het werd nooit echt wat. Een plat bakkie noemde ome Louis het. Volgens hem had het te maken met de biologische klok van de koeien. “Een soort van jaarlijkse ongesteldheid van de melk,” zei hij. Even rammelde zijn oude kunstgebit, dan voegde hij er verexcuserend aan toe: “Niet dat ik er voor gestudeerd heb, hoor.”
Ome Louis had enkel lagere school. Hij had zijn leven lang gevaren en de laatste tien jaar het café bestierd met rattengif, kakkerlakkenspray en eindeloze hoeveelheden chloor. Toen hij in de lotto een paar ton won, dacht iedereen dat hij nu eindelijk op zou houden met zwoegen. Maar ome Louis zette het geld op een spaarrekening en bleef de kroeg schoonmaken. Hij stapte niet eens over op een luxer luchtje.
Ik werkte al jaren niet meer in het bruine café toen ome Louis overleed. Tijdens de herdenkingsdienst in crematorium Westgaarde nam niemand het woord. Ze draaiden I did it My Way en dat was het.
Driftig met de garde in het steelpannetje kloppend bedenk ik me nu hoe me dat spijt.
Het zal de tijd van het jaar wel zijn, want het wil niet schuimen. Het wordt weer een plat bakkie.
L’chaim, ome Louis.

NY Restaurants Guide