Op Colombus Avenue streep ik een paar punten van mijn lijstje af. De bankzaken zijn geregeld, de nieuwe Kate Bush cd is aangeschaft en bij Zabar’s heb ik een doos met chocolade overgoten pretzels gekocht. “Yo! Spread it out, man!” Naast mij staat een man in overall luid te bellen. Nee, hij praat in een walkie-talkie, naar een andere man die verderop voor Lincoln Center de kerstverlichting in een enorme kerstboom hangt. “A little to the right. More. More. More. Stop! A little to the left…”
Jazeker, de uitgekerfde pompoenen zijn alweer een tijdje uit de vensterramen weggehaald. Maar sinds drie weken hangt er om de hoek van mijn huis in Brooklyn al kerstverlichting boven 5th Avenue. En sinds deze week is de knop helemaal om. Cheerio Halloween. Goodbye Thanksgiving. Hello Christmas.
Een meisje van een jaar of tien komt aangelopen. “Dad, look at that insane Christmas tree.” Haar vader legt zijn hand op haar schouder terwijl hij zich aan de boom voor Lincoln Center vergaapt. “Ain’t that a beauty.” Ongelovig kijkt het meisje naar hem op. “Dad, that thing is ugly! …U! …G! …L! …Y! Ugly!” Ze werpt nog een laatste blik op de verlichte boom, schudt afkeurend haar hoofd en huppelt richting de metrohalte. Haar vader volgt, zijn schouders ophalend. Ik slenter achter hen aan de trap af. Nog vijf weken moeten we met dit nieuwe decor verder, bedenk ik me terwijl ik een nieuwe metrokaart koop. Dan volgt de gekte rond Valentijnsdag. Dan Pasen. Maar dan wordt het goddank lente. Dan neemt de natuur de versiering weer een half jaar van ons over.
Net als ik het perron oploop rolt de 1 binnen. Ik wring me tussen de mensen door naar een lege stoel. Als ik plaatsneem wiebelen naast mij twee magere meisjesbenen in een roze maillot ongeduldig heen en weer. Het is U-G-L-Y, nu vlot door het menu van haar iPod heen rollend. Naast haar bladert haar vader door z’n Daily News.
Ik maak de rits van mijn rugzak open en bekijk de aangeschafte waar. Eigenlijk wil ik het liefst zo’n chocoladepretzel, maar ik beheers me en haal Kate Bush tevoorschijn. De eerste langspeelplaat die ik ooit kocht was van Kate Bush. En deze, Aerial, volgt na twaalf jaar stilte. Terwijl ik het hoesje bestudeer wiebel ik opgewonden met mijn benen. “Copycat!” fluistert het meisje naast me. Verbaasd kijk ik opzij. Haar ogen half dichtknijpend kijkt ze me zo gemeen mogelijk aan. Mijn benen vallen er acuut van stil.
“Josie, come on!” Haar vader heeft zijn krant dichtgeslagen en schenkt me een verontschuldigende blik. Dan richten zijn ogen zich op mijn nieuwe cd. “Is that the new Kate Bush?” Ik bespeur opwinding en knik enthousiast. “She’s a true genius,” verzucht de man. Het meisje tussen ons in drukt op pause. “Who’s that?” wil ze weten. “That’s the woman who sings Babooshka,” antwoordt haar vader. “Remember that song?” Het meisje tuit haar mondje en knikt zuinigjes. “Right. That silly song you sang to me when I was little.” Haar ogen schieten vuil naar me omhoog. Dan draait ze zich naar haar vader en stelt: “You guys are so corny. …C! …O! …R! …N! …Y! Corny!”
Op dat moment stopt de trein bij het station van Time Square. Ik trek mijn rugzak met een ruk onder haar magere beentjes vandaan en stap uit. Hoofdschuddend steek ik het perron over en neem plaats in een vrijwel lege express trein. In een hoekje, helemaal op mezelf, graai ik een chocolade pretzel uit mijn rugzak en prop die in mijn mond. Ik peuter de plastic sealing van mijn nieuwe aanwinst. Ik blader door het boekje met teksten. Slooshy sloshy shlooshy sloshy, Get that dirty shirty clean. Slooshy sloshy shlooshy sloshy, Make those cuffs and collars gleam.
Ik neem nog een chocoladepretzel. En meteen daarna nog een. Met Kate Bush wordt niet gespot.

NY Restaurants Guide