De Boeing zit bomvol, en ik ben allang blij met mijn stoel aan het gangpad. Aan de andere kant van het middeneiland zit een forse latino in een rood glimmend honkbaljack en tussen hem en mij in bladert een magere, bejaarde man door zijn Financial Times. Om de paar seconden schieten zijn ogen zijwaarts, zoekend naar oogcontact met mij en zijn andere buurman. We hebben nog zes uur voor de boeg en ik heb niet zo’n zin in een praatgrage reisgenoot, dus hou ik mijn ogen strak op het TV-schermpje voor me gericht. Als zijn hoofd weer de kant van de buurman in het honkbaljack opdraait vangt hij diens aandacht. “Dutch Antillean, I presume.” Hij spreekt met een posh Brits accent. “On your way to the mother country?” De gespierde jongeman in het honkbaljack ziet hem daas aan. Dan schudt hij zijn hoofd. “Puertoricaan. Op weg naar de wereldkampioenschappen honkbal in Holland.” De Engelsman is er even stil van. Hij blikt rond door het vliegtuig, waar hem nu pas alle andere rood glimmende honkbaljacks opvallen. “Dus u maakt deel uit van het Puerto-Ricaanse team?” “Right,” antwoordt de jongeman stug, zijn blik gericht houdend op zijn New York Post. Op de voorpagina van de tabloid prijkt het overspoelde New Orleans, met daarboven de enige redactionele tekst op de pagina: Our Tsunami. “Eerste keer in Holland?” vist de Brit. Zijn buurman knikt bevestigend. “Maakt u zich dan maar op voor een verrassing,” stelt hij op gedempte toon, onderwijl zijn eigen krant opvouwend. “Want ja, ze zijn stipt, schoon en werklustig, die Hollanders. Maar ze staan bij hun buurlanden ook al eeuwenlang bekend als lomp en sociaal gehandicapt.” Hij knikt beslist. “Really. Het is een boers en onbehouwen volkje.”
In de stoel voor de Brit gaat een blonde mevrouw rechtop zitten, haar gezicht nu half naar ons toegedraaid. Ikzelf zet mijn TV-schermpje op zwart, en zie in de weerspiegeling hoe mijn buurman zijn dunne lippen tuit in een zuinig lachje. “Good Lord, wat schort het de Dutch toch aan sociale souplesse. En dat totale gebrek aan franje: ze kleden zich functioneel, ze plannen hun visites functioneel. Het krijgen van kinderen en van een pensioen: alles gaat volgens een uitgekookte planning. En als ze hun aangeharkte landje dan ontvluchten tijdens hun vakanties, en ergens anders de wereldse allure opzoeken die in Holland zo zeldzaam is, dan kunnen ze daar weer helemaal niet mee omgaan! Do you see what I’m talking about, young man?” De Puertoricaan komt los uit de misère rond orkaan Katrina en kijkt de Brit met vlakke ogen aan. “Whatever,” stelt hij nors. En hij leest weer verder.
De blonde mevrouw voor ons komt overeind. Schijnbaar druk met het kruimelvrij maken van haar truitje, begluurt ze de Brit. Die controleert zijn nagels terwijl hij zijn betoog vervolgt: “Kijk alleen al hoe een Hollander zich gedraagt in New York. Da’s toch een kosmopolitische wereldstad bij uitstek! De felheid waarmee Nederlanders daar neerkijken op de hartelijkheid van Amerikanen – een hartelijkheid overigens die geheel en al voortkomt uit de beschaafdheid die ons Britten zo siert!” Hij heeft de aandacht van zijn buurvrouw ontdekt en richt zich nu helemaal tot haar: “Want, oh dear, wat vinden die Hollanders al die vriendelijke Amerikanen toch verschrikkelijk glad en gemaakt! Maar weet u wat dat is? Jaloezie! Jaloezie om zoveel sociale lenigheid! De Hollandse weerzin tegen alle how are you’s en thanks for having you here’s bewijst maar weer dat ze zichzelf helemaal geen raad weten met wat hoffelijkheid. Nee, de Nederlander blijft liever nuchter en direct. En trekt daarbij maar al te graag een grote bek open.” De Brit knikt beslist. Met zijn magere vingers veegt hij de belletjes speeksel uit zijn mondhoeken weg.
De vrouw voor ons blikt hem nog even met kille ogen aan. Dan schiet haar blik naar de man in de stoel naast haar. “Henk, laat me d’r even langs, want ik moet mijn benen strekken. En even uit de buurt van deze Britse hufter.” Terwijl ze zich naar het gangpad wurmt, vindt de blik van de Brit de mijne in het zwarte TV-schermpje. “There you have it,” fluistert hij genoegzaam. “Good Lord in Heaven. And we’re not even flying KLM.”


NY Restaurants Guide