Tegenover mij zat een jongetje van een jaar of acht. Hij had een muizig hoofd en vlassig dun haar.
En donkere wallen onder ogen die schichtig langs de medepassagiers schoten. De enorme rugzak op zijn schoot moest bijna net zoveel wegen als het broodmagere ventje zelf.
Naast hem zat een vermoeide vrouw. Haar neus schoot om de paar seconden in een snuf-achtige stuip. “I liked her,” stelde ze, vlak voor zich uitstarend.
Het jongetje plukte aan een denkbeeldig sikje onderaan zijn kin en fronste zijn wenkbrauwen. Als een oud profesoortje. “I liked her too,” zei hij, terwijl hij even angstig mijn kant opblikte.
De metro schoot langs de halte van Columbus Circle.
“I really liked the way she dressed,” voegde de vrouw er aan toe.
Het zou zijn moeder geweest kunnen zijn, maar ook zijn oma. Dat zie ik de laatste tijd wel meer.
Ze knikte vastberaden. “She was very easy to talk to, as well.”
“Absolutely,” zei het jongetje, en tikte ongeduldig met zijn wijsvinger op zijn kin, alsof hij hard zat te peinzen op nog zo’n lovende uitdrukking.
Ik maakte me ernstig zorgen.

NY Restaurants Guide