De taxirit van de Upper West Side naar JFK heeft veel weg van een achtervolgingsscène uit een Dirty Harry film. Tijdens de zes en een half uurs vlucht maak ik de stompzinnige fout om Zwartboek helemaal uit te kijken. Na dertig minuten taxiën over de Polderbaan wachten we veertig minuten op de eerste koffers. Dan, halverwege een computergenavigeerde taxirit naar een van de bekendste straten van Amsterdam, rinkelt het prepaid mobieltje waarop ik nog 65 cent van m’n vorige bezoek aan Nederland heb staan.
“Hoi, zijn jullie al in Amsterdam?”
“Bijna.”
“Mooi, wil je even bij een Appie langs voor een blik Unox tomatensoep? Rij je over de Overtoom? Op de Overtoom zit een Appie.”
“Pardon?”
“Crème. Beslist niet de gewone, maar tomaten-crème-soep.”
Volgt een verhandeling over de oppas die meteen weg moest en de supermarkt om de hoek waar het een gekkenhuis is met de kerst zo vlak voor de deur en ze moet ook de kleren van de drie kinderen nog bijeen verzamelen en “Sam! Sammie, laat Jochem’s haren los!” Sam!” Dan kondigt een allervriendelijkste mevrouw het einde van mijn beltegoed aan.
Na twee Albert Heijnen, een Avis garage en anderhalf uur snelweg komen we aan.
“Waarom hing je me nou op? Was je boos? Had ik het je niet moeten vragen? Sam! Zeg ome Casper eens gedag! Die is helemaal uit New York over komen vliegen! Heb je het wel bij je? De soep? Want ik maak gamba’s vooraf en dat eten die drie kleine etterbakken niet. Zit het voorin? Zit het hier in? Kan ik het open maken?”
Ik ritst de tas open en haal het familieblik Unox tomatencrèmesoep tevoorschijn. “Voilà.”
Haar blik verstart. IJzig staart ze naar het etiket. “Stevig gevuld.”
“Pardon?”
“Je hebt de stevig gevulde tomatencrèmesoep gekocht. Daar drijven van die dingen in. Dat lusten ze dus niet.” Haar pissigheid nog maar nauwelijks de baas sjokt ze met het blik weg naar de keuken. “Heb ik me daar he-le-maal voor niks druk om gemaakt,” pruttelt ze na.

NY Restaurants Guide