Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • January14th

    Het Schuimt Niet

    Posted in: LIFE

    Lang, lang geleden werkte ik in een bruin café aan een Amsterdamse gracht.

    Ik maakte er ontelbare cappuccino’s en werd al doende een expert. (In de huidige contreien en in de tegenwoordige tijd wordt zo’n meester-koffiezetter heel modisch een barista genoemd).

    De schoonmaker van de bruine kroeg heette ome Louis. Hij was klein en mager en hij rook naar Old Spice. Tegen de tijd dat ik binnenkwam en de zaak opende, had ome Louis er al uren van vegen en schrobben opzitten. Dan ging er nog wat extra Old Spice overheen en werden de tanden weer in de mond gestopt. Vervolgens nam hij plaats aan tafel 1 en zei: ‘Één kappoesjieno, alstublieft!’

    Ik maakte prachtige cappuccino’s. Maar zo’n paar dagen per jaar ging het helemaal mis. Dan wilde het niet schuimen. Hoe vers ook de melk, hoe heet ook de stoom, hoezeer ik ook experimenteerde met de hoek van de melkbeker: het werd nooit echt wat. Een plat bakkie noemde ome Louis het. Volgens hem had het te maken met de biologische klok van de koeien. “Een soort van jaarlijkse ongesteldheid van de melk,” zei hij. Even rammelde zijn oude kunstgebit, dan voegde hij er verexcuserend aan toe: “Niet dat ik er voor gestudeerd heb, hoor.”

    Ome Louis had enkel lagere school. Hij had zijn leven lang gevaren en de laatste tien jaar het café bestierd met rattengif, kakkerlakkenspray en eindeloze hoeveelheden chloor. Toen hij in de lotto een paar ton won, dacht iedereen dat hij nu eindelijk op zou houden met zwoegen. Maar ome Louis zette het geld op een spaarrekening en bleef de kroeg schoonmaken. Hij stapte niet eens over op een luxer luchtje.

    Ik werkte al jaren niet meer in het bruine café toen ome Louis overleed. Tijdens de herdenkingsdienst in crematorium Westgaarde nam niemand het woord. Ze draaiden I did it My Way en dat was het.

    Driftig met de garde in het steelpannetje kloppend bedenk ik me nu hoe me dat spijt.

    Het zal de tijd van het jaar wel zijn, want het wil niet schuimen. Het wordt weer een plat bakkie.

    L’chaim, ome Louis.

  • January1st

    “Zover ik het me kan herinneren zijn de winkels in Nederland op 1 januari dicht,” zeg ik, mijn neus snuitend. Maar mijn lief, een ras New Yorker, denkt daar heel anders over. “Tien jaar geleden, inderdaad. Iedere werkdag ging het land om zes uur op slot. Haha! Maar ook Nederland verandert, echt!”

    Zuigend op een strepsil, diep weggedoken in mijn sjaal en winterkraag, banjer ik achter hem aan de grachten over. Op naar de Bijenkorf, om een kerstcadeau te ruilen.

    Die Bijenkorf blijkt natuurlijk dicht. Net als alle andere winkels. Ja, wie is hier nou de echte Nederlander?

    “Ik wordt ziek,” mopper ik en maak weer aanstalten om naar huis te gaan. Dan passeer ik een oude mevrouw die, gekleed in bloemetjesjurk en dikke maillot, tegen een gevel op het Damrak zit. Ze blaast op een plastic kinderfluitje. Eén enkele toon, tot ze geen adem meer over heeft. Dan haalt ze diep in en blaast nog een toon, ietsje hoger. En nog één, ietsje lager. Het klinkt niet vrolijk. Haar geldblikje is vrijwel leeg.

    “Meneer, heeft u niet een beetje geld voor die mevrouw?”

    Ik draai me om. Een jochie van een jaar of zes kijkt vragend naar me op.

    “Ken je haar?” vraag ik door mijn sjaal heen.

    “Neuh, maar ik vind haar zo zielig. Volgens mijn vader is het een legaalse Roemeense. Heeft u niet een eurootje of zo?”

    Ik voel in mijn zakken en haal een euro tevoorschijn. “Wil jij ’m aan haar geven?”

    Het jochie grijnst van geluk. Hij pakt mijn euro, bestudeert die even en draait zich dan om naar de fluitende mevrouw. Hij knielt neer en legt de euro op de bodem van haar blikje. “Gelukkig Nieuwjaar, mevrouw. En koopt u daar maar een lekkere warme oliebol van.”

    Zijn hand aan zijn broek afvegend komt hij overeind. De vrouw knikt hem al blazend op het fluitje toe. Even luistert het jongetje, zachtjes meedeinend op een melodie die er niet is. Dan draait hij zich naar me om. “Maar waar moet ze nou heen voor die oliebol?” vraagt hij bezorgd. “Alle winkels zijn verdomme dicht!”