
Het is vroeg in de avond en het perron van de metro aan 14th Street en 7th Avenue staat bomvol mensen. Reikhalzend wordt uitgekeken naar de volgende express trein. Als de nummer 2 binnenrijdt blijken alle treinstellen afgeladen vol. Tot aan het treinstel dat vlak voor me tot stilstand komt. Dat is helemaal leeg. Blijverrast dromt de menigte om me heen bij de metrodeuren samen; de deuren schuiven open en als een zwerm kleine kinderen die de klas verlaat bestormen we de trein.
Dan volgt de gewaarwording. Bij de eerste ademhaling gaat er een huivering door mijn lijf. Zelden heeft stank zoveel impact gehad. Om me heen zie ik vertrekkende gezichten. Een bejaarde man slaakt een kreet van ontzetting. Een zwarte vrouw met een enorme omvang maakt vlak voor mij rechtsomkeert en duwt mij zonder pardon aan de kant. “Let me out! Let me out of the car!” Er wordt gegild, gezucht, gewapperd met kranten. Nog meer mensen stormen naar buiten, anderen aan de kant duwend. Dan klinkt de onverbiddelijke stem van de conducteur door de speakers:“Stand clear of the closing doors!”
De deuren schuiven dicht en de menigte in de trein staart hulpeloos in het rond. Er worden sjaals om hoofden gewikkeld. Neuzen worden demonstratief dichtgeknepen, wenkbrauwen gefronst. Om maar vooral geen verdenking op de hals te halen. Alsof het menselijkerwijs mogelijk zou zijn zo’n stank te produceren.
De deuren naar de voor en achterliggende treinstellen worden geopend en met hun volle gewicht werken mensen zich het treinstel uit. Maar vanuit de volgepakte treinstellen klinkt protest op. “Shut that fucking door!”
Ik besluit kalm te blijven en neem plaats tegenover een dakloze man. Terwijl hij op zijn rode lolly sabbelt blikt hij spottend naar het hysterische volk om hem heen. Een Puertoricaans meisje tuurt donker naar zijn bruingevlekte broek en naar zijn hemd waarvan al lang niet meer te zeggen valt wat voor kleur dat ooit heeft gehad. De vieze man kijkt haar als gestoken aan, haalt de lolly uit zijn tandeloze mond en bijt met een nuffig stemmetje van zich af: “Jesus-Joseph-and-Mary! Do you really think this is me?!” Andere mensen schudden beslist hun hoofden. “I know it’s not you, pal,” zegt een man in pak, “This smells like death.” “A dead rat,” vult iemand anders aan. “Twenty dead rats!” klinkt het wanhopig vanuit de andere kant van het treinstel. “Twenty dead rats in a cheese shop!”
De trein remt af voor de metrohalte van Penn Station. Als de deuren openschuiven is het treinstel in een paar seconde weer leeg. Vanaf het perron kijk ik geamuseerd rond naar mijn reisgenoten die de New Yorkse ondergrondse perronlucht inademen alsof ze op een Alpentop staan. Achter me hoor ik een meneer zijn vrouw toeroepen: “Honey, here! This train has lots of space!” Blij stappen ze in. Dan slaakt de vrouw al een wanhoopskreet. “No!” roept de man. “No! NOOOO!” Stand clear of the closing doors! Hij grijpt zijn vrouw bij de arm en stapt weer op de schuifdeuren af. Maar het is te laat voor deze arme zielen.
Ik zie hoe de vrouw murw neerzijgt tegenover de dakloze man. Wantrouwend loert hij even haar kant op. Dan, als de nummer 2 langzaamaan het perron verlaat, haalt hij beledigd zijn lolly uit de mond. Ik hoor hem niet, maar het is van zijn tandeloze mond af te lezen.
“Jesus-Joseph-and-Mary!…”



NY Restaurants Guide