Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • March5th

    Magisch Stokje

    Posted in: LIFE

    Mijn vader had het zwaar, als klein jongetje. De oorlog, een weeshuis, honger. Als het meisje met de zwavelstokjes een jongetje was geweest, had hij Cor J. de Boer geheten.

    Toen mijn vader zeven was, en hopeloos ongelukkig, vertelde zijn moeder hem dat zijzelf als klein meisje een toverstokje had gehad. Met dat toverstokje kon ze alles tevoorschijn toveren wat ze maar wenste: een gebraden kip, een nieuwe fiets, een hond als haar beste vriendje. Tot de dag waarop ze haar toverstokje kwijtraakte. Ze verloor het ergens in de achtertuin.

    Toen ikzelf zeven was vertelde mijn vader mij over het toverstokje.
    ‘Hoe zag het eruit?’ wilde ik weten.
    ‘Volgens oma was het bijna een gewoon takje.’
    ‘Een gewoon takje?’
    ‘Ja. Het lag ergens in de achtertuin, en als ik het vond, zou ik op een of andere manier weten dat dat het verloren toverstokje was.’

    Mijn vader heeft jarenlang naar het toverstokje gezocht. Pas toen hij een jaar of vijftien was begon het langzaam te dagen dat zijn zoektocht gebaseerd was op een leugen. Het was de grootste teleurstelling in zijn leven tot dan toe. Zelfs toen hij mij het verhaal vertelde, was de teleurstelling van zijn gezicht te lezen. Ik was pas zeven, maar ik begreep het.

    Vijf maanden geleden ontmoette ik een geweldige vent. Hij had een paar zware jaren achter de rug, dat zag ik meteen in zijn gezicht. Maar ik zag ook een volwassen man met de geestdrift van een zevenjarige. Ik zag iets heel bekends.

    Hij had een film gemaakt, in Afrika. Het was een zware onderneming geweest. En tijdens een van de dieptepunten was hij bij een medicijnman terechtgekomen, die zijn gezicht had ingesmeerd met poeder, en die hem een klein takje gaf. ‘Hier, neem dit takje mee, en verlies het nooit, zei de wonderdokter. ‘Met dit stokje komt alles goed.’

    Mijn geweldige man draaide zijn film en vloog met het stokje in zijn koffer terug naar Amerika. Daar monteerde hij de film, die heel mooi is geworden. Hij is genomineerd voor een Oscar.

    Een paar dagen geleden belde hij vanuit Los Angeles op. ‘Je raadt nooit wat ik in New York ben vergeten?’ Hij had het stokje in de la van zijn nachtkastje laten liggen.

    Ik vlieg nu naar LA. Naar de Oscars. In de tas in het bagageruim boven mijn hoofd zit het stokje uit Afrika. Veilig verpakt tussen veerkrachtige oordopjes – want ik schein nogal te snurken.

    We zullen zien hoe het dit weekend afloopt. Maar hoe dan ook, dit wordt het begin van een mooi verhaal.

    Ik wenste dat ik het mijn vader kon vertellen.

  • January8th

    Grijze Dag

    Posted in: LIFE

    “Hij is de allerliefste. Hij is mijn kleine man. Hè, stinkie van me? Kleine eigenwijs.”

    Terwijl ze haar gezicht even in zijn grijze wintervacht duwt begint de kat voldaan te spinnen.

    “Het vrouwke zorgt goed voor jou, hè? Ja, het vrouwke is helemaal gek van jou. Jij en ik samen, lieve schat. Wij hebben het prima voor mekaar.”

    Haar waterige ogen kijken naar me op. “Echt, na deze neem ik nooit meer iets,” zegt ze beslist. “Zijn broertje ligt al onder die boom daar. En daarnaast is nog een mooi plekje voor hem gereserveerd. En dan hou ik ermee op. Dan is het gedaan. Ik heb er alleen maar zorgen van.”

    De kat strekt zich tevreden uit, stapt over de bank, maakt een sprong en trippelt richting de tuindeur.

    “Wil jij er uit, lieve schat? Wil jij niet door je eigen luikje? Moet vrouwke voor jou de deur open doen? Nou vooruit dan, kleine man van mij. Maar wel lief zijn voor de vogels, hè? En niks mee naar binnen brengen.”

    Ze opent de tuindeur en even twijfelt de kat. Hij zet een voet buiten de deur, maar haalt die dan weer binnen.

    “Of blijf je toch liever bij het vrouwke? Wat ga je doen, schat? Zeg, wel even beslissen nu, want ik stook niet voor de mussen.”

    De kat verdwijnt met een sprongetje naar buiten. “Dag poepie,” zegt mijn moeder en ze doet de deur weer dicht. Met haar magere hand vastgeklampt om de deurknop kijkt ze de kat na. “Hij is de allerliefste. Hij is mijn kleine man. Maar na deze neem ik niks meer. Daar naast zijn broertje is nog een mooi plekje over. En dan is het gedaan.” Zachtjes haar hoofd schuddend staart ze de kale tuin in. “Ja jongen, je hebt er alleen maar zorgen van.”

  • December28th

    In de Soep

    Posted in: LIFE

    De taxirit van de Upper West Side naar JFK heeft veel weg van een achtervolgingsscène uit een Dirty Harry film. Tijdens de zes en een half uurs vlucht maak ik de stompzinnige fout om Zwartboek helemaal uit te kijken. Na dertig minuten taxiën over de Polderbaan wachten we veertig minuten op de eerste koffers. Dan, halverwege een computergenavigeerde taxirit naar een van de bekendste straten van Amsterdam, rinkelt het prepaid mobieltje waarop ik nog 65 cent van m’n vorige bezoek aan Nederland heb staan.

    “Hoi, zijn jullie al in Amsterdam?”

    “Bijna.”

    “Mooi, wil je even bij een Appie langs voor een blik Unox tomatensoep? Rij je over de Overtoom? Op de Overtoom zit een Appie.”

    “Pardon?”

    “Crème. Beslist niet de gewone, maar tomaten-crème-soep.”

    Volgt een verhandeling over de oppas die meteen weg moest en de supermarkt om de hoek waar het een gekkenhuis is met de kerst zo vlak voor de deur en ze moet ook de kleren van de drie kinderen nog bijeen verzamelen en “Sam! Sammie, laat Jochem’s haren los!” Sam!” Dan kondigt een allervriendelijkste mevrouw het einde van mijn beltegoed aan.

    Na twee Albert Heijnen, een Avis garage en anderhalf uur snelweg komen we aan.

    “Waarom hing je me nou op? Was je boos? Had ik het je niet moeten vragen? Sam! Zeg ome Casper eens gedag! Die is helemaal uit New York over komen vliegen! Heb je het wel bij je? De soep? Want ik maak gamba’s vooraf en dat eten die drie kleine etterbakken niet. Zit het voorin? Zit het hier in? Kan ik het open maken?”

    Ik ritst de tas open en haal het familieblik Unox tomatencrèmesoep tevoorschijn. “Voilà.”

    Haar blik verstart. IJzig staart ze naar het etiket. “Stevig gevuld.”

    “Pardon?”

    “Je hebt de stevig gevulde tomatencrèmesoep gekocht. Daar drijven van die dingen in. Dat lusten ze dus niet.” Haar pissigheid nog maar nauwelijks de baas sjokt ze met het blik weg naar de keuken. “Heb ik me daar he-le-maal voor niks druk om gemaakt,” pruttelt ze na.

  • November28th

    Picture Perfect

    Posted in: LIFE

    Het was een warme, heldere herfstdag in de heuvels van Bucks County, Pennsylvania.

    De najaarszon scheen door de kale bomen en de herten trippelden nog onbezorgd over de velden – twee dagen voor het jachtseizoen begon.

    De familieleden waren overgevlogen uit Colorado, en overgereden uit Connecticut, Philadelphia, Washington en New York. Pas geboren neefjes werden voorgesteld, vastgehouden en geliefkoosd. Vier honden renden bezeten tussen de kersenbomen achter elkaar aan. Acht neven en nichtjes speelden met basketballen en met de waterpomp. Twee reusachtige tafels stonden al gedekt.

    Er was witlofsalade uit de tuin. En schapenkaas uit Holland. Er was zelfgemaakte appelmoes, van appels uit die boom daar. En voor later was er sweet potato pie en pumpkin pie en appeltaart en een schaal vol zelf gebakken oatmeal raisin cookies. De kalkoen was bijna gaar, riep iemand vanuit de keuken. En de drie zussen, en hun tien kinderen met hun mannen en vrouwen, en hun 14 kleinkinderen zaten op de veranda of slenterden door de tuin, druk pratend, ravottend, en kraaiend van plezier.

    Het was een ultiem Thanksgiving tafereel.

    Vanaf het slingerweggetje onderaan de heuvel bekeek ik het eeuwenoude huis met de zwerm mensen. Het leek wel zo’n net iets te sfeervolle ansichtkaart. Zo eentje die je laat staan omdat het allemaal wel erg zoet en vredig oogt.

    Ik draaide me om en staarde over het glooiende, gerooide land.

    Mijn vader kwam naast me staan en zuchtte eens diep. “Het is net als toen ik in Zwitserland was,” zei hij. “Overal waar ik keek was het akelig fraai. De ene ansichtkaart na de andere spande zich voor me uit. Waardoor ik er op een of andere manier ook heel afstandelijk bij bleef.” Hij leunde op mijn schouder. “Ben er na die ene keer ook nooit meer terug geweest,” verzuchtte hij.

    “Maar dit is anders,” zei ik.
    “Ja, natuurlijk is dit anders. Dit is je schoonfamilie. Dit zijn hele lieve mensen.”

    We knikten eensgezind en staarden tevreden over de veel te mooie landerijen.

    Niet echt, natuurlijk, want mijn vader is al vijftien jaar dood en begraven. Maar toch, dat was me even een heel gelukzalig moment.

  • December27th

    In de trein zit ik wat uit het raam te staren. Een vlak, grauw Hollands landschap trekt voorbij. Regelmatig vertel ik mijn New Yorkse vrienden dat ze voor het natuurschoon zeker niet naar Nederland moeten komen. Maar eerlijk gezegd geniet ik er nu wel van. Van dat grauwe, vlakke land. Wat kan een paar maanden afwezigheid een frisse kijk op een vertrouwde wereld geven.

    Meteen bij thuiskomst al. Wat een ruim appartement. Wat een miezerig douchestraaltje. Wat is de mevrouw van de bakker opeens grijs geworden. Wat smaakt de noten-vruchtenmuesli van Zonnatura weer nieuw-en-toch-lekker-hetzelfde. En wat is mooi design hier vanzelfsprekend. Zelfs op een pak Vrije Uitloopeieren van het AH huismerk. Wat een boel zorgeloos lanterfanterende mensen. Wat een botte buschauffeur, als ik hem vraag niet te roken, terwijl de sticker op zijn eigen Opstapper-busje meldt dat roken verboden is. Wat praten Nederlanders hard. Wat is biologisch toch een stuk goedkoper dan organic. Wat is het NOS Journaal een verademing vergeleken bij die aftandse Amerikaanse news shows. Wat staat er een boel gezeur in de brievenrubriek van de krant. Wat staat er sowieso een boel gezeur in de krant. En waarom begrijpen winkeliers niet dat vijftig cent extra voor pinnen onder de 10 euro maakt dat middenstander nog steeds een scheldwoord is?

    Peinzend staar ik uit het treinraam. Naar het vlakke, grauwe land. We rijden van Amsterdam naar Antwerpen en van Antwerpen naar Sint Niklaas. En vandaar met de auto Zeeuws Vlaanderen in. Wat is die Belgische lintbebouwing toch lelijk. Wat is het huis van mijn moeder toch mooi. Een blond huis, zo noemde mijn vader het altijd. Wel weer ontworpen door een Belgische architect.

    Mijn moeder woont aan de Belgische grens. Echt op het randje. In haar woonkamer belde ik vroeger met Libertel; in de keuken met Proximus. Nu is het overal Vodafoon. Alles fuseert. Alleen gaat mijn beltegoed er in de keuken nog steeds wel vijf keer sneller doorheen.

    Mijn moeder drinkt Roodmerk koffie van Douwe Egberts. Op tafel ligt een KRO televisiegids. Op de radio klinkt Met het Oog op Morgen. En het meest Hollandse tafereel tref ik bij mijn moeder op de wc. Het is een Jip en Janneke verjaardagskalender. Van de Hema natuurlijk. De meeste jarigen in december heb ik in geen jaren meer gezien.

    Bij 12 december staat Hidde Overleden geschreven. Da’s de poes. De buurman heeft hem anderhalve week geleden voor mijn moeder in de achtertuin begraven.