Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • December6th

    Hertje

    Posted in: LIFE

    Het is vroeg in de ochtend. De sneeuw is nog maagdelijk wit en onbetreden. Pas in de buurt van de metrohalte op Broadway en 96th Street wordt het slibberig en grijs. Beneden op het perron staan twee mensen te wachten. Een oudere vrouw die door de recepten in Saveur Magazine bladert, en een meneer met het postuur en de baard van de kerstman.

    De donkere tunnel in turend, al wachtend op de koplampen van lijn 2 of 3, besef ik hoe afgepeigerd ik me zelfs na negen uur slapen nog voel. Moe van de vijfendertig dozen die zijn ingepakt en weer uitgepakt. Van het schrobben, zuigen, desinfecteren en eigen maken van het nieuwe appartement. Van het gesleep met meubels en het gedoe met de man van Time Warner Cable; met de Verizon telefoonman; met de oude onderhuurbaas; met de nieuwe buurman. Zo moe dat ik de arriverende trein pas opmerk als die rakelings langs komt razen en piepend afremt.

    We stappen gedrieën in een leeg treinstel. De vrouw gaat tegenover mij zitten. De man neemt op het bankje naast mij plaats. “Stand clear of the closing doors, please,” bast een voorgeprogrammeerde mannenstem en de deuren schuiven dicht. De trein trekt op. Ik stel in gedachten mijn lijstje voor deze ochtend op. Luxaflex voor in de werkkamer. Een kleed voor in de woonkamer. Een wireless router. Een douchegordijn. Een nieuw hangslot voor op de traliedeur naar het balkon. Een nieuwe wc-borstel.

    Tegenover me blikt de mevrouw nieuwsgierig op uit haar receptenblad. Ze bespiedt de man verderop. Die zit voorovergebogen met zijn handen te friemelen. Er glinstert iets. Zijn snel bewegende vingers spelen met een zilverpapiertje. Vouwend, draaiend, buigend. Tot er een dierenfiguurtje ontstaat.

    De vrouw tuurt verwonderd naar de mannenhanden. “Is that regular paper?” vraagt ze. De man schudt zijn hoofd, zijn ogen op zijn werk gericht houdend. “It’s tin foil, ma’am.” Hij steekt een hand in zijn jaszak en haalt een puntig stukje kunststof tevoorschijn. Geroutineerd brengt hij wat accenten aan: een bekje, hoeven, de welvingen van een ribbenkas. Er verschijnt een opgewonden glimlach op het gezicht van de vrouw. “This is amazing,” murmelt ze.

    Als de trein het metrostation van 72nd Street binnenrijdt, stopt de vrouw haar tijdschrift weg. De man keurt zijn creatie. Hij brengt nog een laatst detail aan en houdt het beestje dan op naar de vrouw. “It’s a reindeer!” roept ze enthousiast. “Take it,” stelt hij vriendelijk. Ze kijkt hem met grote ogen aan. “Really?” “Of course!” Ze komt overeind en vouwt haar handen dankbaar tot een kommetje. “That’s so kind of you!” Voorzichtig plaatst de man het zilveren hertje in haar bleke handen. “Here you are. It’s a Christmas thing. You do nice things for Christmas.” Terwijl de trein tot stilstand komt en de deuren openschuiven, staart de vrouw met een openvallende mond naar het hertje. “Thank you, sir! Thank you so much!” Dan schuifelt ze de trein uit. Ik volg haar, over het perron, de trap op naar boven. “Stand clear of the closing doors, please,” klinkt het achter ons.

    Bovengronds op de stoep staar ik haar na. Neuriënd doorkruist ze het verlaten plein, in een huppeldrafje verdwijnend over de ongerepte sneeuw.

  • November25th

    Krengetje

    Posted in: LIFE

    Op Colombus Avenue streep ik een paar punten van mijn lijstje af. De bankzaken zijn geregeld, de nieuwe Kate Bush cd is aangeschaft en bij Zabar’s heb ik een doos met chocolade overgoten pretzels gekocht. “Yo! Spread it out, man!” Naast mij staat een man in overall luid te bellen. Nee, hij praat in een walkie-talkie, naar een andere man die verderop voor Lincoln Center de kerstverlichting in een enorme kerstboom hangt. “A little to the right. More. More. More. Stop! A little to the left…”

    Jazeker, de uitgekerfde pompoenen zijn alweer een tijdje uit de vensterramen weggehaald. Maar sinds drie weken hangt er om de hoek van mijn huis in Brooklyn al kerstverlichting boven 5th Avenue. En sinds deze week is de knop helemaal om. Cheerio Halloween. Goodbye Thanksgiving. Hello Christmas.

    Een meisje van een jaar of tien komt aangelopen. “Dad, look at that insane Christmas tree.” Haar vader legt zijn hand op haar schouder terwijl hij zich aan de boom voor Lincoln Center vergaapt. “Ain’t that a beauty.” Ongelovig kijkt het meisje naar hem op. “Dad, that thing is ugly! …U! …G! …L! …Y! Ugly!” Ze werpt nog een laatste blik op de verlichte boom, schudt afkeurend haar hoofd en huppelt richting de metrohalte. Haar vader volgt, zijn schouders ophalend. Ik slenter achter hen aan de trap af. Nog vijf weken moeten we met dit nieuwe decor verder, bedenk ik me terwijl ik een nieuwe metrokaart koop. Dan volgt de gekte rond Valentijnsdag. Dan Pasen. Maar dan wordt het goddank lente. Dan neemt de natuur de versiering weer een half jaar van ons over.

    Net als ik het perron oploop rolt de 1 binnen. Ik wring me tussen de mensen door naar een lege stoel. Als ik plaatsneem wiebelen naast mij twee magere meisjesbenen in een roze maillot ongeduldig heen en weer. Het is U-G-L-Y, nu vlot door het menu van haar iPod heen rollend. Naast haar bladert haar vader door z’n Daily News.

    Ik maak de rits van mijn rugzak open en bekijk de aangeschafte waar. Eigenlijk wil ik het liefst zo’n chocoladepretzel, maar ik beheers me en haal Kate Bush tevoorschijn. De eerste langspeelplaat die ik ooit kocht was van Kate Bush. En deze, Aerial, volgt na twaalf jaar stilte. Terwijl ik het hoesje bestudeer wiebel ik opgewonden met mijn benen. “Copycat!” fluistert het meisje naast me. Verbaasd kijk ik opzij. Haar ogen half dichtknijpend kijkt ze me zo gemeen mogelijk aan. Mijn benen vallen er acuut van stil.

    “Josie, come on!” Haar vader heeft zijn krant dichtgeslagen en schenkt me een verontschuldigende blik. Dan richten zijn ogen zich op mijn nieuwe cd. “Is that the new Kate Bush?” Ik bespeur opwinding en knik enthousiast. “She’s a true genius,” verzucht de man. Het meisje tussen ons in drukt op pause. “Who’s that?” wil ze weten. “That’s the woman who sings Babooshka,” antwoordt haar vader. “Remember that song?” Het meisje tuit haar mondje en knikt zuinigjes. “Right. That silly song you sang to me when I was little.” Haar ogen schieten vuil naar me omhoog. Dan draait ze zich naar haar vader en stelt: “You guys are so corny. …C! …O! …R! …N! …Y! Corny!”

    Op dat moment stopt de trein bij het station van Time Square. Ik trek mijn rugzak met een ruk onder haar magere beentjes vandaan en stap uit. Hoofdschuddend steek ik het perron over en neem plaats in een vrijwel lege express trein. In een hoekje, helemaal op mezelf, graai ik een chocolade pretzel uit mijn rugzak en prop die in mijn mond. Ik peuter de plastic sealing van mijn nieuwe aanwinst. Ik blader door het boekje met teksten. Slooshy sloshy shlooshy sloshy, Get that dirty shirty clean. Slooshy sloshy shlooshy sloshy, Make those cuffs and collars gleam.

    Ik neem nog een chocoladepretzel. En meteen daarna nog een. Met Kate Bush wordt niet gespot.