Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • March31st

    Unacceptable

    Posted in: LIFE

    Ik bestel een pond Frans Italiaanse espressobonen, gemalen voor een potje op het fornuis, als de vrouw met het yogamatje onder haar oksel naast me komt staan.

    Ze is een typisch New Yorkse verschijning; een schichtig, frêle mens van middelbare leeftijd, met een dwingende blik, nauwkeurig maar quasi-nonchalant gestileerd haar, en eclectische kledij. “Excuse me!” roept ze met een afgeknepen stemmetje, “Excuse me!” Ze is nog niet aan de beurt, maar denkt daar zelf blijkbaar anders over.

    Een van de jongens achter de tonnen met koffiebonen draait zich vragend naar haar om. “Ma’am?”
    “Welke van deze koffiebonen heeft de laagste zuurgraad?”
    Terwijl ze naar het assortiment voor zich wijst, zwaait ze met haar yogamatje ongemerkt een zak pretzels van een rek achter zich. De zak ploft pal achter haar neer op de grond. Ze doet een stapje achterwaarts en zakt met haar hiel in de krakende pretzels. Terwijl de jongen haar voorlicht schiet haar blik even omlaag. Ze ziet de zak pretzels liggen en plaats haar voet nog iets verder naar achter. Ze trapt midden op de zak. Ik hoor hoe de pretzels onder haar voet verpulveren.
    “Sorry-” begin ik, maar ze piekert er niet over mij enige aandacht te schenken. Ongeduldig schudt ze haar hoofd, “No, no, no! Ik vraag niet welke koffie het mildst is, jongeman, maar welke koffie de laagste zúúrgraad heeft!”
    Na overleg met een collega concludeert de Zabar’s koffieverkoper dat de Kona Style koffiebonen uit Hawaï de beste optie zijn.
    Even staart ze hem wantrouwend aan. “Fine,” verzucht ze dan, “Doe me daar maar een half pond van.”
    De jongen pakt de metalen schep met Kona Style koffiebonen uit de ton en kiepert de bonen beetje bij beetje over in een papieren zak. Terwijl hij de zak afweegt priemt de yogadame met haar wijsvinger naar zijn hand met schep. “Young man,” stelt ze streng, “Zie je die gaten in je latex handschoen?”
    De jongeman laat de schep met een zachte plof in de ton met koffiebonen vallen en kijkt naar zijn hand. Twee van zijn nagels zijn door de vingertoppen van de latex handschoen heen gescheurd.
    That is disgusting!” stelt ze vol walging.
    I’m very sorry, ma’am,” zegt de jongen.
    You better! Because this is unacceptable!
    De jongen kijkt haar met vlakke ogen aan. Hij zal haar ongetwijfeld het liefst een mep verkopen, maar hij gedraagt zich voorbeeldig. “Ik zal meteen nieuwe handschoenen aantrekken, mevrouw.”
    I really, really take offense to this,” stamelt ze geshockeerd.
    Again, I’m terribly sorry, ma’am.
    Zijn collega overhandigt me mijn gemalen Frans Italiaanse bonen. Met ingehouden adem stap ik verder.

    Vijf minuten later sta ik bij de kassa, als de yogadame achter me verschijnt. Ze moet zichzelf verschrikkelijk hebben op staan jutten, want ze ziet lijkbleek en haar mond trilt van woede. “Excuse me sir,” roept ze met licht overslaande stem naar een meneer met een Zabar’s badge op zijn borst. “Uw personeel werkt onhygiënisch en gedraagt zich volkomen onverantwoord. Bij de koffiebonen staat een latino joch wiens nagels door zijn handschoenen heen steken. Ik bedoel maar, deze bonen…” Ze houdt de zak met gemalen koffiebonen vol afgrijzen naar de man omhoog, die begrijpend knikt. “Ik-ik-ik… Ik wil ze niet eens meer hebben, zo misselijk ben ik geworden van dat onsmakelijke tafereel.” Ze duwt hem de bonen toe. “En eerlijk gezegd, ik wil helemaal niets meer van uw winkel.” Demonstratief zet ze haar boodschappenmandje met winkelwaar naast zich neer op de grond. It’s unacceptable!” De verontschuldigende winkelmanager negerend draait ze zich naar me om.“Excuse me!” zegt ze tegen me, aangevend dat ze er langs wil.
    Ik neem een besluit en schud mijn hoofd. “Weet u wat?” vraag ik haar minstens zo beslist.
    Ze kijkt me niet begrijpend aan.
    “U bent de meest verschrikkelijke persoon die ik in weken ben tegengekomen. En u moet er maar eens mee ophouden om uw zurigheid bot te vieren op wildvreemden. Vecht het maar uit met de mensen die u zo hebben gemaakt.”
    Haar ogen staan wijd van verbijstering.
    De caissière overhandigt me mijn bonnetje en mijn boodschappen.
    Ik draai me om en loop de zaak uit. Zonnig Broadway betredend slaak ik een zucht van verlichting.
    Dit wordt een topdag.

  • November22nd

    Elevator Man

    Posted in: LIFE

    In het provinciestadje waar ik als klein kind opgroeide stonden maar een handvol flatgebouwen.

    In een daarvan woonde Anthony, een Surinaamse klasgenoot. Er was een lift in zijn flatgebouw, en de eerste keer dat ik er in mijn eentje mee naar boven ging liep die vast. Ik heb twee uur in het luchtledige gehangen voor ik doorhad dat ik met de telefoonhoorn die er aan de wand hing om hulp kon vragen. Oké, ik was 7, en een boertje-van-buten. En ik had het eigenlijk best naar mijn zin al die tijd. Ach, het stonk een beetje naar pies, maar het was er lekker rustig.

    In New York is er aan hoogbouw en aan liften geen gebrek. Maar zelfs als je op de 47ste verdieping moet zijn is er nauwelijks ruimte voor een moment op jezelf. In de meeste liften zit wel ergens een camera verborgen. Zodat even op je gemak je neus controleren meteen een heel andere dimensie krijgt. De beurskoersen, de weersverwachtingen en de ergonomische gezondheidstips die op beeldschermen in veel liften voorbijschieten maar buiten beschouwing latend.

    De lift waarin ik sinds een week of twee vrijwel dagelijks verkeer, heeft geen verborgen camera’s. Geen entertainende TV’s. Deze lift heeft een elevator man. ’t Is zo’n ouderwetse lift, met een hekwerk dat op ieder verdieping handmatig moet worden opgeschoven. Zo’n lift met een grote, zware hendel die, onbegrijpelijk voor mij, op tijd heen en weer gedraaid moet worden om op de juiste verdieping te komen.

    De drie mannen die de lift om beurten bedienen kijken altijd boos. Als je bij het betreden van de lift niet onmiddellijk zegt naar welke verdieping je moet, krijg je te horen dat ze niet helderziend zijn. En als ik een paar dagen geleden onmiddellijk bij het openschuiven van de liftkooi ninth zeg, blaast de elevator man kwaad tussen zijn tanden door en zegt dan dreigend: “You think I’m stupid, or somethin’? I see you every day, man! Of course you’re goin’ to the ninth floor!”

    De lummel.

    Deze zondag ben ik er weer. Om tien uur ’s ochtends. Een de-klus-moet-hoe-dan-ook-af-situatie. Voor het gebouw in Midtown staat een mannetje of twintig. De elevator man, die op zondag ook als enige in het hele gebouw over de voordeursleutel beschikt, heeft zich naar het blijkt verslapen. Knikkenbollend, bellend met katerende vrienden en slurpend aan venti cappuccino’s staan de andere overwerkende slaven van New York zich te verbijten in de herfstwind.

    Om kwart voor elf komt Charlie aangewaggeld; binnensmonds scheldend om vooral geen verontschuldigingen te hoeven maken. Pas bij de derde trip omhoog pas ik in de lift. Charlie ziet me en schenkt me een onderkoeld knikje. Ik besluit dat het veilig is om niets te zeggen.

    Charlie draait aan zijn hendel en de volgepakte lift stijgt op. Dan zie ik het witgekalkte NINE op de betonnen vloer in ijltempo voorbij glijden. “Excuse me, I needed to get out there-” begin ik maar Charlie onderbreekt me met een felle Ssch!
    “I needed to get-“
    “Ssssch!”
    De lieden om me heen negeren me. Stoïcijns checken ze hun blackberries; hun eyeliner; hun horoscopen. Pas op de veertiende verdieping komt de lift tot stilstand. Iedereen stapt uit. Het zijn allemaal makelaars. Charlie ramt het hekwerk weer dicht, draait zich naar mij om en priemt zijn wijsvinger in mijn gezicht. “Listen fellow. You don’t pay me.”
    “Excuse me?”
    “You heard me.”
    Ik wijs naar het verwende volk van Manhattan Real Estate Inc. “They don’t pay you either!”
    “Oh yes they do!”
    “What?”
    “You heard me. They pay me for the use of the elevator on a Sunday. Not the company you’re here for. Just the people on the fourteenth floor. All of the other floors are officially closed.”
    “That’s ridiculous!”
    “That’s reality, man.” Hij knikt somber terwijl hij me diep in de ogen blijft staren.
    “So…” Ik staar vertwijfeld om heen. “You want me to take the stairs?”
    Charlie grijnst, genietend van mijn verbijstering. “The gates to the staircases are locked, dude.” Geroutineerd geeft hij een ruk aan de hendel. De lift daalt. “Don’t worry, friend, I’ll help you out.”
    “How nice.”
    “Just didn’t wanna insult the sweethearts from the fourteenth floor by lettin’ you out first.”
    “Right.”
    “They are my payin’ customers, you know.”
    “Apparently.”
    De lift komt tot stilstand op de negende verdieping. Charlie rukt het hekwerk open. “Now you take care, my friend,” zegt Charlie. “And show some respect, the next time.”

    De lummel.