Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • February1st

    Bekentenis (3/5)

    Posted in: LIFE

    Ik geloof niet. Niet in god en de hemel en de hel. Niet in boogschutters en schorpioenen. Niet in vorige levens. Niet in de magische krachten van het universum. Niet in holistische healings.

    “Maar je moet toch ergens in geloven?” stamelde een Amerikaanse vriendin gisterenavond, net toen ze haar veggie burger aan haar mond wilde zetten. “Er schuilt toch een diepere betekenis in dit leven?”

    “Tuurlijk. In het hier en nu. In vriendschap en in liefde. In dromen en daden. In wat je van dit leven maakt.”

    “That sounds pretty spiritual to me,” opperde mijn vriendin.

    Spiritualiteit is een woord waarvan ik diep moet zuchten, wat dan ook spontaan gebeurde.

    “I’m talking transcendent dimensions! New age! Something greater than oneself!” ging ze verder.

    “Da’s het soort taal dat gebezigd wordt door mensen voor wie religie niet sexy genoeg klinkt,” antwoordde ik net iets te onvoorzichtig.

    Waarop mijn vriendin genoeg had van haar burger, demonstratief gaapte en naar de ober wenkte voor de rekening.

    . . .

    Op mijn veertiende was New Age nog ver weg. Natuurlijk, op TV en in de grote stad, uren rijden verwijderd doken de swami’s op, maar niet in Zeeuws Vlaanderen. Ik zat op een gereformeerde school (‘Onze Casper heeft die discipline nodig’) waar ik werd uitgescholden voor fatje en flikker. De enige klasgenoot die naast me wilde zitten had korstje in haar haar en een jampotglazen bril op haar puisterige neus. Toch werd Leonie nooit of te nimmer gepest. Ze was een actief lid van Youth for Christ en met god en godsdienst werd op de gereformeerde middelbare school nooit ofte nimmer gespot.

    Leonie had het beste met me voor. Ze deed niet mee aan de treiterijen. En in ruil voor haar loyaliteit luisterde ik naar haar verhalen. Over Jezus die haar hart had geopend. Over die te gekke bijeenkomsten in de Youth for Christ coffeeshop. Over samen gitaarspelen en zingen over de heer.

    Één keer ben ik naar zo’n bijeenkomst geweest. Leonie zong samen met een clubje tieners in steenkolen-Engels over de lord terwijl ik verderop de christelijke publicaties op een tafel inspecteerde. Vanachter de tafel glimlachten een jongen en een meisje me minzaam toe. Het meisje wees naar een boekje en grapte naar de jongen: “Misschien is dat wel wat voor jou!” Ze schaterden het uit. “Echt niet!” snurkte de jongen. Het boekje waarom ze zo hysterisch moesten lachen heette ‘Verlossing voor de homofiel.’

    Voor Leonie was uitgezongen stond ik alweer buiten. Ik was veertien en ik wist niet veel, maar één ding wist ik zeker: ik zou nooit zo worden als die jongelui. Ik moest het doen met wie ik was. Ik moest er zelf iets van gaan maken.

  • August12th

    Troubled Man

    Posted in: LIFE

    Met een brede lach op zijn sproetengezicht staat de jongen me op de hoek van 5th en Prospect Avenue op te wachten. “Mag ik u een flesje bronwater aanbieden?” vraagt hij vriendelijk, mij het flesje aanreikend. Promotie voor een nieuw watermerk, denk ik, en perfect getimed in deze broeierige hitte. Ik neem het ijskoude flesje dankbaar in ontvangst. Als ik doorloop merk ik de flyer op die om het flesje zit gewikkeld. I believe there’s more to life than what’s on reality TV, lees ik. I believe it’s good to ask questions. Waarop een uitnodiging volgt voor de zondagavondviering in de Church of Park Slope. Ik drink het flesje in één lange teug leeg. Wat een weldaad.

    Op weg naar de metrohalte aan 4th Avenue passeer ik de Iglesia Pentecostal Misionera. Vanuit het donkerrood geverfde gebouw klinkt een elektronisch versterkte, bulderende mannenstem: “Jesucristo es el Señor! Eso es la verdad! Jesucristo es el Señor!” Waarop de volgepakte kerk losbarst in uitbundig gezang.

    Drie minuten later neem ik plaats in de R-train richting Atlantic Avenue. Naast mij zit een vrouw van behoorlijke omvang. Fanatiek streept ze de ene na de andere Bijbelnaam weg in haar Christian Crossword puzzelblad. En als ik me afdraai zie ik op het zitvlak van de lege stoel aan de andere kant van mij een minuscuul flyertje liggen, waarop een stralende familie mij toelacht. God is Faith staat er boven. Het moet niet veel gekker worden. God is vandaag echt overal.

    We zijn al een halte verder als mijn aandacht opnieuw door het flyertje gevangen wordt. Pas als ik het oppak besef ik dat ik het niet goed heb gelezen. God is Fake staat er. Ik sla het blaadje open. God is fake? Absolutely. There is no God, no heaven or hell. It’s all just as crazy as it sounds. No kidden’. In klare kindertaal gaat de Q&A verder. Over hoe sommige mensen een God nodig hebben om zin te geven aan hun leven; over het nemen van eigen verantwoordelijkheid in plaats van het slechte af te schuiven op een Satan. Maar wat als je de Heer al in je hart hebt gesloten? Oh, you’re fine. He ain’t there. Just get it out of your head that there’s a more important life after this one. Ik moet er zachtjes om lachen. There are still things worth living for, like people for instance. All that shit matters more than ‘God’ and don’t let anybody tell you different! It devalues you, you stupid self-hating ingrates!

    Dan voel ik het hoofd van de puzzelende vrouw naast me naderen, alsof ze langzaam in slaap sukkelt. Maar als ik opkijk zie ik dat ze meeleest. Haar ogen sperren bij ieder volgende zin van ontzetting verder open. Haar adem stokt en haar blik schiet mijn kant op. Met een strenge frons en een trillende mond kijkt ze me een ogenblik aan. “Get rid of that immediately!” fluistert ze bevelend. Ik geloof mijn oren niet. “Get rid of that piece of filth, right now!” zegt ze nu luid en duidelijk. “I don’t think so,” antwoord ik beslist. Ze deinst achteruit, happend naar lucht. Waarop haar hand door de lucht schiet, nu recht op het flyertje in mijn hand afduikend. “Give it to me right away!” bijt ze me toe, maar ik ben haar te snel af en steek het papiertje snel in mijn zak. “You… You…” Haar opgezwollen wijsvinger priemt in mijn richting. “You have no respect for anything or anyone, young man!” De metro remt af bij de halte waar ik moet overstappen. Ik heb geen idee hoe ik deze vrouw in de korte tijd die me nog rest aan het verstand kan brengen dat de situatie ietsje anders in elkaar steekt. “No respect what so ever!” De deuren schuiven open en na een diepe zucht sta ik hoofdschuddend op. “It’s a disgrace!” roept ze me na terwijl ze moeizaam overeind komt. Ik stap in de N-trein die aan de andere kant van het perron klaar staat en zie als ik ga zitten hoe de vrouw met het puzzeltijdschrift in haar hand vanaf het perron naar me wijst.“Please God, have mercy on this troubled man!” schalt haar stem door de ondergrondse ruimte. Dan schuiven de deuren dicht en vertrekt mijn trein. Om me heen voel ik de loerende, donkere blikken van medepassagiers. Ze weten niet wat er met me loos is, maar ze vermoeden klaarblijkelijk van alles. De trein komt bovengronds en rolt de Manhattan Bridge over, zonovergoten Manhattan tegemoet. Nu pas schrik ik van de felheid waarmee ze me bestookte. God allemachtig, verzucht ik in het Nederlands. Maar da’s natuurlijk ook niet waar. Nope. He ain’t there. No kidden’.