Nieuw Amsterdammer
  • Archives
  • April5th

    Voorbij

    Posted in: LIFE

    Een paar maanden geleden ontmoette ik een man. Een prachtvent met persoonlijkheid.

    Er laaide onverwacht een storm op in mijn leven, zo krachtig en overrompelend, dat ik het bijna niet kon geloven. Maar heel snel daarna werd het ook pijnlijk. Gemeen. Onvolwassen. En een maand geleden flikte hij me iets dat niemand me ooit heeft geflikt; zo onnodig dat ik het bijna niet kon geloven.

    De laatste maand heb ik die man met succes uit mijn leven verbannen. De laatste week denk ik zelfs helemaal niet meer aan hem.

    Tot ik op het perron sta van de A trein op 59th Street. Ik heb die jas aan die ik alleen aantrek als ik echt goed voor de dag moet komen. In mijn zak voel ik iets; het zijn de kaartjes voor de film die we die eerste week samen hebben gezien. Een obscure film in een bioscoopje in de East Village. In een naar popcorn stinkend zaaltje. Dicht aangekropen tegen die prachtvent met persoonlijkheid. Hij fluistert zijn commentaar in mijn oor. Zijn mond raakt mijn oor aan. Ik krijg kippenvel.

    Dan komt de A het metrostation binnengedonderd. De wind doet mijn ogen branden. Ik werp de bioscoopkaartjes in de afvalbak, werk me door de menigte en stap in.

  • February8th

    Suiker

    Posted in: LIFE

    Direct naast de schuifdeuren van de metro zit een oude zwarte vrouw. Ze houdt een rechthoekig vergrootglas boven de New York Times en leest een ingezonden stuk. Haar lippen prevelen onhoorbaar met de zinnen mee.

    De vrouw naast haar zit onbeweeglijk stil, als een etalagepop. Een donkere zonnebril rust op haar met pancake dichtgesmeerde neus. Haar verwaaide pruik zit een tikkeltje te schuin op haar hoofd. Ze lijkt zich van de hele wereld te willen distantiëren.

    Naast haar zit een Latino joch met op zijn schoot zijn vriendinnetje. Terwijl ze haar popperige gezichtje op zijn Yankees cap laat rusten, glijdt zijn hand over haar rug naar haar laagzittende spijkerbroek. Twee van zijn vingers verdwijnen langzaam langs haar bilspleet onder de spijkerstof.

    Tegenover hen zit een magere man te breien. Hij breit een muts; zo te zien precies zo een als op zijn hoofd prijkt: een roodgroengele slurf, met inkepingen en bovenin een paars tuutje. Een wollen ribbelcondoom, extra-extra-large.

    Even knijpt hij met zijn ogen. Dan laat hij zijn breiwerk in zijn schoot vallen en haalt een plastic buisje tevoorschijn. Met zijn mond trekt hij het dopje er vanaf, zet het aan een van zijn vingers en prikt zichzelf met een fijne naald. Hij houdt het buisje op en staart, zuigend op zijn vinger, naar het display. Dan gaat de dop weer op de prikpen en de prikpen weer in zijn tas. Hij haalt een injectienaald tevoorschijn en zet die overdwars in zijn mond. Hij maakt de riem van zijn broek los, trekt zijn trui omhoog en haalt het T-shirt uit zijn broek. Hij neemt de injectienaald uit zijn mond, trekt met zijn mond de veiligheidsdop eraf, checkt de hoeveelheid medicatie in de spuit en zet die dan zonder aarzeling in zijn lies. Kalm drukt hij de spuit leeg, trekt hem er weer uit en bergt de boel op. Hij neemt zijn breiwerk van zijn schoot en breit weer verder.

    Tegenover hem houdt de zwarte vrouw haar vergrootglas verbijsterd op de breiende man gericht.

    Het gezicht van de vrouw met de zonnebril is bevroren tot een afgrijzende grimas.

    De Latino jongen staart met bange ogen onder zijn cap vandaan.

    Zijn meisje is ogenschijnlijk in slaap gevallen. Dan fluistert ze dreigend: “Hey babe, what you doin’? Get your creepy hand out of my ass!”

  • January24th

    Aanval

    Posted in: LIFE

    “Heeft u gisterenavond ook gekeken?” vraagt de man met een zwaar Mediterraan accent.

    Hij wenkt richting de voorpagina van de krant die ik vasthoud. Hij bedoelt Bush’s State of Union, zeg maar Amerika’s Prinsjesdag. Ik knik en neem nog een biologisch worteltje.

    “Ik haat die man,” zegt de Mediterraan. “Zelfs gisterenavond, toen hij zich voor zijn doen heel erg inhield.” Ik knik en neem er nog een. Knabbelend staar ik naar mijn krant.

    Hij draait wat onwennig op het houten bankje naast me. “Wist u dat?” vraagt hij, “Van die man die voor de trein sprong?”

    Enigzins overvallen door de vraag staar ik voor me, naar de metrorails, anderhalve meter verderop. Dan valt bij mij het kwartje. The State of the Union eindigt traditiegetrouw met het in het zonnetje zetten van een stel American Heroes. Gisterenavond was dat onder anderen een man die een paar weken geleden met zijn twee kleine kinderen op de metro stond te wachten toen iemand een epileptische aanval kreeg en van het perron viel. De vader sprong resoluut achter de spartelende man aan, overmeesterde hem tussen de rails en hield hem stil terwijl de trein rakelings over hen heen denderde.

    “Die vader die zijn twee kleine dochtertjes op het perron achterliet om een wildvreemde het leven te redden was zwart, en die epileptische jongeman was wit. And it happened in Harlem,” zegt de Mediterraan. “Dat was een mooi verhaal. Een mooi New Yorks verhaal. En daar maakt onze president dan weer de sier mee. I hate him.”

    Ik knik en stop nog een wortel in mijn mond.

    I swear, I have never seen anyone eat so many carrots on a subway platform!” zegt mijn buurman nog even boos.

    “Ze zijn lekker,” zeg ik en ik houd hem het zakje voor.

    Hij twijfelt, maar neemt er dan toch eentje. “Ik had een pizzeria in de East Village,” zegt hij. “Maar nu ben ik failliet.” Hij zucht diep. Met lange tanden werkt hij de wortel weg. “It’s hard, you know. This country is so fucking competitive.

    Ik bied hem nog een worteltje aan maar hij trekt een vies gezicht. “Where are you from, eating all those carrots?” vraagt hij quasi kwaad.

    “Uit Nederland”, zeg ik.

    Er verschijnt een grote grijns op zijn gezicht. Hij spreidt zijn armen. “Als-tu-blieft-dank-u-wel!” zegt hij, “Yeah, I speak some Dutch! I am from Turkey myself, you know, and my sister lives in Utrecht! Though everyone thinks I’m Italian. Haha! But I’m a Turk!” Hij staart naar mijn krant en de trotse grijns verdwijnt weer. “That man is trouble, my friend. Our president is trouble…

  • December20th

    Stinktrein

    Posted in: LIFE


    Het is vroeg in de avond en het perron van de metro aan 14th Street en 7th Avenue staat bomvol mensen. Reikhalzend wordt uitgekeken naar de volgende express trein. Als de nummer 2 binnenrijdt blijken alle treinstellen afgeladen vol. Tot aan het treinstel dat vlak voor me tot stilstand komt. Dat is helemaal leeg. Blijverrast dromt de menigte om me heen bij de metrodeuren samen; de deuren schuiven open en als een zwerm kleine kinderen die de klas verlaat bestormen we de trein.

    Dan volgt de gewaarwording. Bij de eerste ademhaling gaat er een huivering door mijn lijf. Zelden heeft stank zoveel impact gehad. Om me heen zie ik vertrekkende gezichten. Een bejaarde man slaakt een kreet van ontzetting. Een zwarte vrouw met een enorme omvang maakt vlak voor mij rechtsomkeert en duwt mij zonder pardon aan de kant. “Let me out! Let me out of the car!” Er wordt gegild, gezucht, gewapperd met kranten. Nog meer mensen stormen naar buiten, anderen aan de kant duwend. Dan klinkt de onverbiddelijke stem van de conducteur door de speakers:“Stand clear of the closing doors!”

    De deuren schuiven dicht en de menigte in de trein staart hulpeloos in het rond. Er worden sjaals om hoofden gewikkeld. Neuzen worden demonstratief dichtgeknepen, wenkbrauwen gefronst. Om maar vooral geen verdenking op de hals te halen. Alsof het menselijkerwijs mogelijk zou zijn zo’n stank te produceren.

    De deuren naar de voor en achterliggende treinstellen worden geopend en met hun volle gewicht werken mensen zich het treinstel uit. Maar vanuit de volgepakte treinstellen klinkt protest op. “Shut that fucking door!”

    Ik besluit kalm te blijven en neem plaats tegenover een dakloze man. Terwijl hij op zijn rode lolly sabbelt blikt hij spottend naar het hysterische volk om hem heen. Een Puertoricaans meisje tuurt donker naar zijn bruingevlekte broek en naar zijn hemd waarvan al lang niet meer te zeggen valt wat voor kleur dat ooit heeft gehad. De vieze man kijkt haar als gestoken aan, haalt de lolly uit zijn tandeloze mond en bijt met een nuffig stemmetje van zich af: “Jesus-Joseph-and-Mary! Do you really think this is me?!” Andere mensen schudden beslist hun hoofden. “I know it’s not you, pal,” zegt een man in pak, “This smells like death.” “A dead rat,” vult iemand anders aan. “Twenty dead rats!” klinkt het wanhopig vanuit de andere kant van het treinstel. “Twenty dead rats in a cheese shop!”

    De trein remt af voor de metrohalte van Penn Station. Als de deuren openschuiven is het treinstel in een paar seconde weer leeg. Vanaf het perron kijk ik geamuseerd rond naar mijn reisgenoten die de New Yorkse ondergrondse perronlucht inademen alsof ze op een Alpentop staan. Achter me hoor ik een meneer zijn vrouw toeroepen: “Honey, here! This train has lots of space!” Blij stappen ze in. Dan slaakt de vrouw al een wanhoopskreet. “No!” roept de man. “No! NOOOO!” Stand clear of the closing doors! Hij grijpt zijn vrouw bij de arm en stapt weer op de schuifdeuren af. Maar het is te laat voor deze arme zielen.

    Ik zie hoe de vrouw murw neerzijgt tegenover de dakloze man. Wantrouwend loert hij even haar kant op. Dan, als de nummer 2 langzaamaan het perron verlaat, haalt hij beledigd zijn lolly uit de mond. Ik hoor hem niet, maar het is van zijn tandeloze mond af te lezen.

    “Jesus-Joseph-and-Mary!…”

  • November10th

    Oud Jongetje

    Posted in: LIFE

    Tegenover mij zat een jongetje van een jaar of acht. Hij had een muizig hoofd en vlassig dun haar.

    En donkere wallen onder ogen die schichtig langs de medepassagiers schoten. De enorme rugzak op zijn schoot moest bijna net zoveel wegen als het broodmagere ventje zelf.

    Naast hem zat een vermoeide vrouw. Haar neus schoot om de paar seconden in een snuf-achtige stuip. “I liked her,” stelde ze, vlak voor zich uitstarend.

    Het jongetje plukte aan een denkbeeldig sikje onderaan zijn kin en fronste zijn wenkbrauwen. Als een oud profesoortje. “I liked her too,” zei hij, terwijl hij even angstig mijn kant opblikte.

    De metro schoot langs de halte van Columbus Circle.

    “I really liked the way she dressed,” voegde de vrouw er aan toe.

    Het zou zijn moeder geweest kunnen zijn, maar ook zijn oma. Dat zie ik de laatste tijd wel meer.

    Ze knikte vastberaden. “She was very easy to talk to, as well.”

    “Absolutely,” zei het jongetje, en tikte ongeduldig met zijn wijsvinger op zijn kin, alsof hij hard zat te peinzen op nog zo’n lovende uitdrukking.

    Ik maakte me ernstig zorgen.