Nieuw Amsterdammer

October4th

3 Reacties

Uptown Girl

Posted in: LIFE

Toen Jessy acht jaar geleden vanuit de bossen van Vermont naar New York afreisde, betekende die stad voor haar maar één ding: Manhattan. In Brooklyn had ze niets te zoeken. En Queens, daar woonden de schoonmakers uit de nachtclub waar zijzelf als cocktail waitress de Cosmopolitans en de Dirty Martini’s mixte. Ze verdiende er het vijfvoudige van die schrobbende latino’s en betaalde ook minstens zoveel meer aan huur, maar ze woonde wel aan Central Park West; ze kocht haar biologische spinazie bij Citarella; haar gerookte zalm bij Zabars en ze betaalde de ober voor haar dagelijks ontbijt bij Barney Greengrass aan Amsterdam Avenue een betere tip dan haar beste klant de nacht tevoren aan haar had achtergelaten.

Inmiddels studeert ze weer en is ze verhuisd naar een bescheidener optrekje aan West 109th Street. Maar toch zijn er de laatste jaren nog hele seizoenen voorbij gegaan waarin Jessy niet een keer van haar eiland afkwam. Tot ik een paar maanden geleden naar Brooklyn ben verhuisd. Omdat ze het niet fair vindt dat ik ‘altijd maar naar de stad moet te komen’, bezoekt ze mij zo nu en dan in Park Slope.

Jessy noemt het Park Slop. En ze heeft gelijk, want mijn studentikoze loft op het grensgebied van de yuppenenclave Park Slope en het getto rond Sunset Park is behoorlijk volks en versleten. Vandaag toon ik haar mijn favoriete buurtwinkel. Om de hoek op 5th Avenue zit het door een Poolse familie gerunde Eagle Provisions. Bij het binnenstappen geeft Jessy zich meteen al gewonnen. “Fabulous!” fluistert ze opgewonden terwijl we door de smalle, volgepakte gangen van het minuscule buurtsupermarktje schuifelen. Verrukt staart ze naar de overvolle, chaotische schappen vol zakken, potten en blikken, zoals je die sinds het einde van de jaren zeventig nergens anders meer ziet uitgestald. De enorme hoeveelheden onooglijke waar uit oost-Europa dikken de nostalgische sfeer alleen nog maar aan. Er gaan verse pirogies en Poolse augurken op dille azijn in Jessy’s boodschappenmandje. Achterin de zaak stuit ze op de counter met vleeswaren. Ze bestelt homemade Poolse kielbasa en vraagt de blonde dame achter de counter of de stuffed cabbage verderop in de koeling wel vers is. “It’s very fresh,” stelt de vrouw bijna dreigend, met een zwaar Pools accent. “Sure?” vraagt Jessy, niet gewend aan zoveel ongepolijste zelfverzekerdheid. De vrouw legt haar vleesmes neer en leunt met haar vlezige schouder tegen de opgeplakte foto van paus Johannes Paulus II aan de muur. “I made it myself, Miss. This morning. With my own two hands. Will that be fresh enough?”

In de rij bij de kassa staan we achter een oud vrouwtje dat in het Pools naar de grote baas schreeuwt. Terwijl die verderop vakken bijvult bromt hij af en toe een paar woorden terug. Het Dominicaanse meisje achter de kassa slaat alles handmatig aan. “I love it,” mijmert Jessy. Dan zwaait de oude vrouw resoluut met haar wijsvinger naar de kassa. “I saw that, lady! It’s $2.39, not $2.67!” Het Dominicaanse meisje trekt onmiddellijk bleek weg; haar verschrikte ogen zoeken haastig naar de vergissing op de kassarol. De grote baas laat prompt zijn dozen met De Cecco fusilli vallen en stapt in drie grote passen op de kassa af. “Why is it so hard to keep your mind focused on the job, Julia? And why is the drawer open anyway? How many times do I have to tell you to keep it closed in between payments!” Met een harde klap duwt hij de kassalade dicht. De schouders van de caissière schieten verkrampt omhoog. “I saw $2.67 displayed and it is only $2.39!” krast het oude vrouwtje nog eens. In het Pools buldert de grote baas door de zaak en een mager meisje komt gehaast naar de andere kassa gelopen. “Miss, over here,” gebaart ze naar Jessy, maar Jessy denkt daar anders over. “Hold it!” roept ze naar de grote baas terwijl die de Dominicaanse caissière bij haar kassa wegduwt. “And you too, old lady! Jesus Christ!” Het oude vrouwtje hapt naar lucht en slaat onmiddellijk een kruis. “This is not Poland! This is the United States! And it is not 1977! It’s the year 2005!” Boos zet ze haar mandje met zojuist nog zo gekoesterde waar op de grond en stapt naar buiten.

Als ik 5th Avenue oversteek staart Jessy bij de Italiaanse bakker – een andere favoriet – glazig naar de cheesecakes, biscotti’s en rugelach in het winkelraam. “This is not Manhattan,” stelt ze somber. Ik doe mijn best, maar weet mijn grijns niet te onderdrukken. “Jesus Christ, no!” bevestig ik opgewekt, en geef haar een ouderwetse klap tegen haar billen. “This is Brooklyn!

Zegt het voort:
  • Print
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Yahoo! Buzz
  • Digg
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • Tumblr
  • StumbleUpon
  • Propeller

3 Reacties

  • Comment by marco — October 5, 2005 @ 10:35 am

    Zul je de volgende keer extra lief zijn voor die Julia bij de kassa?

    Heb zelf nog een tip voor de beste stuffed cabbage in NYC: de Second Avenue Deli aan 2nd Avenue – en dan bedoel ik 2nd Ave in Manhattan (sorry Casper…)

  • Comment by elizabeth — October 7, 2005 @ 10:46 am

    Hi Casper,
    Woon in NY (Brooklyn!) en lees nu alweer een tijdje je stukjes. Heb hier geen Nederlandse vrienden en heb daar ook niet echt behoefte aan – daarvoor ben ik tenslotte niet helemaal hier heen gekomen. Maar wilde je laten weten dat ik je site heerlijk vind en dat ik er op een rare manier ook een onverwachte Nederlandse connectie bij voel. Ga er alsjeblieft nog lang mee door!
    E.

  • Comment by G — October 10, 2005 @ 10:58 am

    Een stukje verderop (aan 5th tussen 17th Street en Prospect Ave) zit een Poolse slager en zijn vlees is een stuk beter dan dat van het veel te dure Eagle Provisions.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

RSS