De chauffeur doet denken aan mijn meester in de derde klas, de eerste mens waarover ik zwoel droomde.
Z´n taxi doet van binnen denken aan de eerste Simca van mijn vader, ergens midden jaren zeventig. De zingende vrouw op de radio klinkt als Willeke Alberti, maar dan in het Spaans. Onze vriendelijke chauffeur rijdt meteen al 120. Toch maar even die veiligheidsriem om, fluister ik in het Nederlands naar mijn lief.
De chauffeur praat over Máxima de Holanda, net als de mevrouw van de paspoortcontrole zo net, en over de zangeres op de radio, geloof ik. Dan draait hij de radio uit en haalt een CD tevoorschijn. The Village People schetteren door het autootje. Geweldige muziek, roept de chauffeur, breed grijnzend in de achteruitkijkspiegel, en hij steekt enthousiast een duim omhoog. In drie minuten tijd zingen ze hun hele repertoire. YMCA, Macho Man, In the Navy, en In Hollywood Everyone Is a Star. Dan volgt Boney M, met Ma-Ma-Ma-Ma-Ma Baker en Ra-Ra-Rasputin, Lover of the Russian Queen. De chauffeur deinst vrolijk mee.
Vlak voorbij het poortje van de betaalweg staat hij plotsklaps op de rem. Zeven banen verderop staat een ander geel-zwart taxiwagentje stil, met de motorkap omhoog. Onze chauffeur zwaait zijn deur open en stapt naar buiten. Hij is al drie rijbanen verder als hij zich omdraait en terugrent. Hij steekt zijn hoofd door het portierraam en zegt dat hij zo terug is: hij moet even zijn collega helpen. Geloof ik.
We zien de twee mannen omstandig met elkaar praten; om de auto heen lopen; tezamen onder de motorkap staren. Dan schudt onze chauffeur de ander plechtig de hand en komt tussen de trucks en bestelbusjes door teruggerend. Hij vertelt ons wat er mis is en waarom hij er niets aan kan veranderen. Geloof ik. Een paar seconden later zitten we weer op 120.
Onze chauffeur vraagt of we studenten zijn en of we hier al eerder waren. Hij vertelt over zijn neef in New York en over Guillermo in Nederland en mijn lief legt me uit dat hij Willem Alexander bedoelt. Dan rukt hij onverwachts aan zijn stuur. We rijden naar een benzinestation want hij moet dringend tanken. Vijf minuten, zegt hij, maximaal.
Tijdens het vullen van de tank moeten we de auto uit, vanwege ontploffingsgevaar. We krijgen les in diesel versus benzine en benzine versus LPG. Het tanken duurt wel 15 minuten, maar de chauffeur vertelt ons de ene na de andere grap, geloof ik. Hij heeft het gezicht van een vijftien jarige, vrolijk en licht, maar bij zijn oren zitten van die fijne rimpeltjes die de meeste mannen pas rond hun vijftigste vertonen.
Als we weer instappen ruik ik dezelfde LPG lucht die ik me herinner uit de Simca van mijn vader. Ik tuur naar de horizon, zoekend naar de eerste tekenen van Buenos Aires. Ik zie nog niks, maar voel het nu al kriebelen in mijn buik.

NY Restaurants Guide