Op mijn negentiende zou ik het vast ontzettend interessant gevonden hebben, hier in dit enorme pakhuis. Tussen de deejays, drummers, beeldhouwers en paaldanseressen die, hoe oud ze ook mogen zijn (30, 35, 40?…), zich nog steeds gedragen alsof ze net op kamers zijn gaan wonen. Ik zie mezelf al gaan, als opgewekte Zeeuwse plattelandsjongen, cool met mijn zak vol vuile was in de freight elevator naar beneden en dan de slope af door deze funky straat in Brooklyn. In Clean Rite, een megawasserette met 60 wasmachines en even zoveel drogers, pik ik de hipsters uit mijn gebouw er zo uit. Behangen met tatoeages en piercings en in grungy, vintage kledij steken ze scherp af bij de middle class latino’s die deze buurt voor het merendeel bevolken. Oh ja, op mijn negentiende had ik het hier absoluut fantastisch gevonden. Gelukkig is het bijna over.
Mijn hoofd gonst. Mijn hele lijf voelt moe. De oordopjes die ik om twee uur vannacht in mijn oren heb gepropt zijn er een half uur later alweer uitgefloept. Waarop een kakofonie van gegil, geschater en gebonk me wakker heeft gemaakt: het zoveelste feestje dat hier deze week gevierd is. Om drie uur ’s nachts heeft mijn rechter buurman na thuiskomst van een gig nog een halfuurtje zitten jammen op zijn basgitaar. En mijn buurvrouw links heeft om half zes in de ochtend haar vierde orgasme op rij beleefd, tien minuten lang “Yes, baby, yes!” jammerend, onderwijl woest met haar vuisten tegen de gipsplaten wand aanbonkend die haar ruimte van de mijne scheidt.
Ik kom maar niet uit bed. Het is te koud in deze enorme ruimte. De boel valt nauwelijks op te warmen met het lawaaiige hittekanon dat ver weg aan de andere kant van de ruimte onder het plafond hangt. En nu de bladeren van de bomen vallen, verdwijnt beetje bij beetje mijn natuurlijke venstergordijn. Zo gauw ik een stap buiten mijn bed doe kunnen de overburen mij op de voet volgen. Ben ik, net zoals mijn vader zichzelf ooit bitter omschreef, een ‘ouwe lul’ aan het worden? In ieder geval verlang ik meer comfort. Vanonder de dekens staar ik met doffe ogen naar de stapel nog in elkaar te vouwen verhuisdozen. Nog even.
De schrijver/yogaleraar/muzikant die me de ruimte heeft onderverhuurd, had me op zijn eigen wijze al gewaarschuwd. “There’s a lot of cool, creative folks in here.” Om er met een tevreden smile aan toe te voegen dat ik in ieder geval geen bovenburen had: de bovengelegen ruimte stond al maanden leeg. De situatie is in de tussentijd helaas veranderd. Na weken van sloopwerk, geboor en getimmer, is er iemand ingetrokken die, anders dan mijn andere buren, waarachtig een ochtendmens genoemd kan worden.
Nu ik aan hem denk hoor ik hoor hem naar de wc sloffen. De wc van mijn bovenbuurman bevindt zich pal boven de tussenverdieping waar mijn bed staat. Ik hoor hoe de wc-bril boven mij omhoog wordt geklapt. Hoe mijn buurman zwijgend zijn ochtendplas doet. De volle straal kolkt met een diep geborrel in de afvoer. Die afvoer is een metalen buis die, door het plafond heen, direct boven mijn bed naar beneden komt en afbuigend door de zijmuur weer verdwijnt. De pisstraal komt even tot een halt. Dan volgen er nog drie korte gutsen. En een paar druppels. Ik hoor hoe de wc-bril weer naar beneden wordt geklapt. Hoe mijn bovenbuurman met een zucht neerzijgt. Hij laat een langgerekte wind. Er klinkt ingehouden gekreun. Plons. Plons. Plons. Gerommel en dan het doortrekken van de wc. Wild ruisend slingert alles door de afvoer langs mijn hoofd weg. De douchekraan wordt opengedraaid en duizenden druppels vallen boven mij op de douchevloer. Het klinkt zo onwerkelijk dichtbij dat ik het plafond vertwijfeld afzoek naar sporen. Met een onzuivere falsetstem begint mijn bovenbuurman aan het Stabat Mater van Vivaldi. Ik trek de dekens over mijn hoofd en zoek met trillende handen naar mijn zoekgeraakte oordopjes.

NY Restaurants Guide