Het is vroeg in de ochtend. De sneeuw is nog maagdelijk wit en onbetreden. Pas in de buurt van de metrohalte op Broadway en 96th Street wordt het slibberig en grijs. Beneden op het perron staan twee mensen te wachten. Een oudere vrouw die door de recepten in Saveur Magazine bladert, en een meneer met het postuur en de baard van de kerstman.
De donkere tunnel in turend, al wachtend op de koplampen van lijn 2 of 3, besef ik hoe afgepeigerd ik me zelfs na negen uur slapen nog voel. Moe van de vijfendertig dozen die zijn ingepakt en weer uitgepakt. Van het schrobben, zuigen, desinfecteren en eigen maken van het nieuwe appartement. Van het gesleep met meubels en het gedoe met de man van Time Warner Cable; met de Verizon telefoonman; met de oude onderhuurbaas; met de nieuwe buurman. Zo moe dat ik de arriverende trein pas opmerk als die rakelings langs komt razen en piepend afremt.
We stappen gedrieën in een leeg treinstel. De vrouw gaat tegenover mij zitten. De man neemt op het bankje naast mij plaats. “Stand clear of the closing doors, please,” bast een voorgeprogrammeerde mannenstem en de deuren schuiven dicht. De trein trekt op. Ik stel in gedachten mijn lijstje voor deze ochtend op. Luxaflex voor in de werkkamer. Een kleed voor in de woonkamer. Een wireless router. Een douchegordijn. Een nieuw hangslot voor op de traliedeur naar het balkon. Een nieuwe wc-borstel.
Tegenover me blikt de mevrouw nieuwsgierig op uit haar receptenblad. Ze bespiedt de man verderop. Die zit voorovergebogen met zijn handen te friemelen. Er glinstert iets. Zijn snel bewegende vingers spelen met een zilverpapiertje. Vouwend, draaiend, buigend. Tot er een dierenfiguurtje ontstaat.
De vrouw tuurt verwonderd naar de mannenhanden. “Is that regular paper?” vraagt ze. De man schudt zijn hoofd, zijn ogen op zijn werk gericht houdend. “It’s tin foil, ma’am.” Hij steekt een hand in zijn jaszak en haalt een puntig stukje kunststof tevoorschijn. Geroutineerd brengt hij wat accenten aan: een bekje, hoeven, de welvingen van een ribbenkas. Er verschijnt een opgewonden glimlach op het gezicht van de vrouw. “This is amazing,” murmelt ze.
Als de trein het metrostation van 72nd Street binnenrijdt, stopt de vrouw haar tijdschrift weg. De man keurt zijn creatie. Hij brengt nog een laatst detail aan en houdt het beestje dan op naar de vrouw. “It’s a reindeer!” roept ze enthousiast. “Take it,” stelt hij vriendelijk. Ze kijkt hem met grote ogen aan. “Really?” “Of course!” Ze komt overeind en vouwt haar handen dankbaar tot een kommetje. “That’s so kind of you!” Voorzichtig plaatst de man het zilveren hertje in haar bleke handen. “Here you are. It’s a Christmas thing. You do nice things for Christmas.” Terwijl de trein tot stilstand komt en de deuren openschuiven, staart de vrouw met een openvallende mond naar het hertje. “Thank you, sir! Thank you so much!” Dan schuifelt ze de trein uit. Ik volg haar, over het perron, de trap op naar boven. “Stand clear of the closing doors, please,” klinkt het achter ons.
Bovengronds op de stoep staar ik haar na. Neuriënd doorkruist ze het verlaten plein, in een huppeldrafje verdwijnend over de ongerepte sneeuw.


NY Restaurants Guide